Vertaling van "fulfil" naar Nederlands
vervullen, nakomen, naleven zijn de beste vertalingen van "fulfil" in Nederlands.
To obey, follow, comply with (a rule, requirement etc.). [..]
-
vervullen
verbHet bevredigen, uitvoeren, en het volbrengen van (een verplichting, een vraag , enz.).
Frontex can never fulfil the role if its terms of reference do not change substantially.
Frontex kan deze rol nooit vervullen als zijn taakomschrijving niet ingrijpend wordt veranderd.
-
nakomen
verbHet bevredigen, uitvoeren, en het volbrengen van (een verplichting, een vraag , enz.).
Germany states that it had fulfilled all its reporting obligations in time.
Duitsland verklaart dat het al zijn verslagleggingsverplichtingen steeds op tijd is nagekomen.
-
naleven
verbNext time, don't make an agreement you cannot fulfill.
Maak volgende keer geen afspraak die je niet kunt naleven.
-
Minder frequente vertalingen
- verwezenlijken
- uitvoeren
- realiseren
- verrichten
- voltrekken
- verwerkelijken
- doorvoeren
- bewerkstelligen
- tot stand brengen
- volbrengen
- waarborgen
- garanderen
- verzekeren
- beloven
- behoeden
- invullen
- vullen
- toezeggen
- assureren
- bijwerken
- supplementeren
- uitloven
- verzeggen
- voleinden
- volschenken
- volmaken
- sponsoren
- spekken
- dempen
- completeren
- vrijwaren
- beveiligen
- betuigen
- aanvullen
- beschermen
- stoppen
- borg staan voor
- in veiligheid brengen
- veilig stellen
- beantwoorden aan
- overeenstemmen met
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "fulfil" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Zinnen vergelijkbaar met "fulfil" met vertalingen in Nederlands
-
beroep wegens niet-nakomen
-
zelfbevestigende voorspelling · zichzelf vervullende voorspelling · zichzelf waarmakende voorspelling
-
naleving · uitvoering · vervulling · verwezenlijking · voldoening
-
uitvoeren · vervullen · volbrengen
-
tegemoetkomen
-
bevrediging · uitvoering · vervulling
-
nageleefd
-
beantwoorden aan · bedelven · behagen · bereiken · nakomen · overstelpen · realiseren · uitvoeren · verpletteren · vervullen · volbrengen · voltooien