Vertaling van "dropping" naar Nederlands

achteruitgang, besnoeiing, daling zijn de beste vertalingen van "dropping" in Nederlands.

dropping noun adjective verb grammatica

Present participle of drop. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • achteruitgang

    noun masculine

    Therefore, there is clearly a significant drop in sales prices.

    Daarom is er duidelijk sprake van een sterke achteruitgang van de verkoopprijzen.

  • besnoeiing

  • daling

    noun

    Economic insecurity and fear of the future are important factors behind the drop in the birth rate.

    Economische onzekerheid en angst voor de toekomst zijn belangrijke factoren in de daling van het geboortecijfer.

  • Minder frequente vertalingen

    • debâcle
    • degeneratie
    • degradatie
    • kleinering
    • ondergang
    • ontaarding
    • rampspoed
    • tegenspoed
    • val
    • verflauwing
    • verlaging
    • vermindering
    • vernedering
    • verootmoediging
    • verval
    • verwording
    • verzakking
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "dropping" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "dropping" met vertalingen in Nederlands

  • abdiceren · abdiqueren · achterwege laten · afbreken · afgelasten · afhakken · afkappen · aflaten · aflopen · afnemen · afschaffen · afslachten · afstand doen van · aftreden · afvallen · afwikkelen · annuleren · bedaren · bevangen · de moed ontnemen · deprimeren · doden · doodschieten · doorgaan · doorhalen · doorstrepen · drop · droppel · druppelen · een streep halen door · een streep trekken · elimineren · fnuiken · gaan door · geruststellen · inkorten · inkrimpen · kalmeren · kappen · kleineren · kleinmaken · laten zakken · lik · liquideren · neerhalen · neerkomen · neerlaten · neerslachtig maken · neervallen · omkappen · ontbinden · ontmoedigen · opdoeken · opduikelen · opgraven · overwinnen · reduceren · rooien · ruïneren · slachten · slinken · slopen · strijken · tanen · tenietdoen · terneerdrukken · toegeven · uitgraven · uitputten · uitroeien · vellen · verdelgen · verderven · vereenvoudigen · verflauwen · verootmoedigen · verschieten · verslaan · verzwakken · vlok · waterdruppel · wegdoen · weglaten · wegzakken · wijken · wippen · zakken · zetten
Toevoegen

Vertalingen van "dropping" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen