Vertaling van "dig" naar Nederlands
graven, delven, opgraven zijn de beste vertalingen van "dig" in Nederlands.
To move hard-packed earth out of the way, especially downward to make a hole with a shovel. Or to drill etc. through rocks, roads, etc. [..]
-
graven
verbto move hard-packed earth out of the way [..]
Those who dig a pit for others will be caught in it themselves.
Wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in.
-
delven
verbto move hard-packed earth out of the way [..]
You do realize that you really are digging yourself a big hole here, right?
Besef je dat je jezelf een alsmaar grotere put delft?
-
opgraven
verbI'm not talking about digging up a dead girl.
Ik zeg ook niet dat we een dooie meid moeten opgraven.
-
Minder frequente vertalingen
- opgraving
- rooien
- uitgraven
- spitten
- steek
- stoot
- woelen
- stomp
- uithollen
- duwen
- bouwput
- duw
- por
- dijk
- begrijpen
- snappen
- opdelven
- verstaan
- inzien
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "dig" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
dwarf irregular galaxy
"dIG" in Engels - Nederlands woordenboek
Momenteel hebben we geen vertalingen voor dIG in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.
dwarf irregular galaxy
"DIG" in Engels - Nederlands woordenboek
Momenteel hebben we geen vertalingen voor DIG in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.
Afbeeldingen met "dig"
Zinnen vergelijkbaar met "dig" met vertalingen in Nederlands
-
graafstok
-
uitgraven
-
The Dig
-
delven · graven · opgraven · rooien · spitten
-
afgraven · graven
-
opdelven · opgraven · rooien · uitgraven · winnen
-
ingraven · verschansen
-
afbreken · afhakken · afhouwen · afkappen · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · de moed ontnemen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · graven · kalmeren · kappen · kleinmaken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · putten uit · rooien · slachten · slopen · terneerdrukken · uitgraven · uitputten · vellen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzwakken · winnen · wippen · zegevieren