Vertaling van "demolish" naar Nederlands
slopen, afbreken, vernielen zijn de beste vertalingen van "demolish" in Nederlands.
To destroy; to destruct [..]
-
slopen
verbto destroy [..]
The shopping center will be demolished.
Het winkelcentrum wordt gesloopt.
-
afbreken
verbTo tear down, to destroy a building.
That means my apartment was built after demolishing their bungalow.
Dat wil zeggen dat mijn appartement is gebouwd nadat hun bungalow was afgebroken.
-
vernielen
verbIf you demolish the reactor building, you destroy the cooling system, as well.
Als je het gebouw vernielt, verniel je ook het koelsysteem.
-
Minder frequente vertalingen
- vernietigen
- verwoesten
- neerhalen
- afkammen
- afgeven op
- ruïneren
- vellen
- verootmoedigen
- kleinmaken
- vernederen
- trekken
- omverwerpen
- reduceren
- verslaan
- verzwakken
- uitgraven
- neerkomen
- zetten
- doorgaan
- winnen
- opgraven
- doden
- slachten
- afhakken
- afhouwen
- deprimeren
- doodmaken
- fusilleren
- neerlaten
- neervellen
- omhakken
- omkappen
- terneerdrukken
- neerdrukken
- opduikelen
- verderven
- afdraaien
- afkappen
- afslachten
- doodschieten
- kleineren
- ombrengen
- bevangen
- wippen
- aflaten
- geruststellen
- rooien
- uitputten
- zegevieren
- bedaren
- kalmeren
- fnuiken
- inkrimpen
- inkorten
- delven
- kappen
- ontmoedigen
- strijken
- herleiden
- overwinnen
- vereenvoudigen
- aflopen
- afleggen
- verlagen
- verminderen
- de moed ontnemen
- een streep trekken
- gaan door
- in discrediet brengen
- laten zakken
- neerslachtig maken
- putten uit
- te gronde richten
- ten val brengen
- afmaken
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "demolish" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
"Demolish" in Engels - Nederlands woordenboek
Momenteel hebben we geen vertalingen voor Demolish in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.
Zinnen vergelijkbaar met "demolish" met vertalingen in Nederlands
-
afbreken · slechten · slopen · vernielen · vernietigen
-
vernielen · vernietigen · verwoesten
-
gesloopt
-
ten onder gaan · vergaan · vernietigd worden