Vertaling van "decreasing" naar Nederlands

afnemend is de vertaling van "decreasing" in Nederlands.

decreasing adjective verb

Present participle of decrease. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • afnemend

    particle

    Minder of kleiner worden.

    The depth of the debates has decreased, as the new forms of social media do not provide enough space for the elaboration of long arguments.

    De diepte van de debatten is afgenomen omdat de nieuwe vormen van sociale media niet voldoende ruimte voorzien om lange argumentaties uit te werken.

  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "decreasing" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "decreasing" met vertalingen in Nederlands

  • spanningsval
  • vereffende afname
  • afname voorraad
  • achteruitgang · afbreken · afdraaien · afgeven op · afkammen · afkorten · aflaten · afname · afnemen · afneming · afslaan · afslag · afzwakken · bekorten · beperken · besnoeien · besnoeiing · besparen · bezuinigen · dalen · daling · debâcle · degeneratie · degradatie · degraderen · een streep trekken · excerperen · herleiden · herleiding · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · inkrimping · kleiner worden · kleineren · kleinering · kleinmaken · korting · laten zakken · matigen · minder worden · minderen · neerhalen · neerlaten · ondergang · ontaarding · rabat · rampspoed · reduceren · reductie · resumeren · ruïneren · samenvatten · slinken · strijken · tanen · te gronde richten · tegenspoed · ten val brengen · teruggang · terugval · trekken · val · vellen · verderven · vereenvoudigen · vereenvoudiging · verflauwen · verflauwing · verkleinen · verkleining · verlagen · verlaging · verminderen · vermindering · vernederen · vernedering · verootmoedigen · verootmoediging · verval · verwording · verzakking · zetten · zetting
  • afgenomen · gedaald
  • afnemen · dalen · inkorten · kleiner worden · minderen · slinken · tanen · verkleinen · verlagen · verminderen
  • Helderheid, afname
  • achteruitgang · afbreken · afdraaien · afgeven op · afkammen · afkorten · aflaten · afname · afnemen · afneming · afslaan · afslag · afzwakken · bekorten · beperken · besnoeien · besnoeiing · besparen · bezuinigen · dalen · daling · debâcle · degeneratie · degradatie · degraderen · een streep trekken · excerperen · herleiden · herleiding · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · inkrimping · kleiner worden · kleineren · kleinering · kleinmaken · korting · laten zakken · matigen · minder worden · minderen · neerhalen · neerlaten · ondergang · ontaarding · rabat · rampspoed · reduceren · reductie · resumeren · ruïneren · samenvatten · slinken · strijken · tanen · te gronde richten · tegenspoed · ten val brengen · teruggang · terugval · trekken · val · vellen · verderven · vereenvoudigen · vereenvoudiging · verflauwen · verflauwing · verkleinen · verkleining · verlagen · verlaging · verminderen · vermindering · vernederen · vernedering · verootmoedigen · verootmoediging · verval · verwording · verzakking · zetten · zetting
Toevoegen

Vertalingen van "decreasing" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen