Vertaling van "debasing" naar Nederlands
kleinerend, onterend, verlagend zijn de beste vertalingen van "debasing" in Nederlands.
Present participle of debase. [..]
-
kleinerend
particleWat een persoon moreel minderwaardig maakt.
How many women have you paid to debase?
Hoeveel vrouwen betaalde je om ze te mogen kleineren?
-
onterend
particleWat een persoon moreel minderwaardig maakt.
Only a debased culture could perpetrate such genocide.
Alleen een onteerde cultuur kon zulke volkerenmoord plegen.
-
verlagend
particleWat een persoon moreel minderwaardig maakt.
Otherwise, we debase the currency of our democracy and lower the quality of our political discourse.
Anders corrumperen we de valuta van onze democratie en verlagen we de kwaliteit van ons politieke discours.
-
vernederend
adjective particleWat een persoon moreel minderwaardig maakt.
I've told you that I will do nothing to debase myself.
Ik heb gezegd dat ik niet iets doe waarmee ik mezelf verneder.
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "debasing" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Zinnen vergelijkbaar met "debasing" met vertalingen in Nederlands
-
verlaagd
-
Ontmunting · degeneratie · krenking · muntontwaarding · ontaarding · verlaging · vernedering · vervalsing · verwording
-
verlagen
-
afbreken · afdraaien · affronteren · afgeven op · afkammen · aflaten · beledigen · een streep trekken · grieven · herleiden · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · kleineren · kleinmaken · krenken · laten zakken · neerhalen · neerlaten · onteren · reduceren · ruïneren · strijken · te gronde richten · ten val brengen · trekken · uitschelden · vellen · verderven · vereenvoudigen · verlagen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · vervalsen · zetten
-
afbreken · afdraaien · affronteren · afgeven op · afkammen · aflaten · beledigen · een streep trekken · grieven · herleiden · in discrediet brengen · inkorten · inkrimpen · kleineren · kleinmaken · krenken · laten zakken · neerhalen · neerlaten · onteren · reduceren · ruïneren · strijken · te gronde richten · ten val brengen · trekken · uitschelden · vellen · verderven · vereenvoudigen · verlagen · verminderen · vernederen · verootmoedigen · vervalsen · zetten