Vertaling van "construct" naar Nederlands
bouwen, construeren, aanleggen zijn de beste vertalingen van "construct" in Nederlands.
Something constructed from parts. [..]
-
bouwen
verb neutereen constructie oprichten door het samenvoegen van onderdelen [..]
Future construction of a railway line — notification to the Commission
Toekomstige bouw van een spoorlijn — kennisgeving aan de Commissie
-
construeren
Iets bouwen of vormen door de assemblage van onderdelen.
Perry is mistaken in thinking that Emmet's theory was constructed without reference to Newtonian physics.
Perry heeft zich vergist door te denken dat Emmets theorie geconstrueerd is zonder verwijzing naar de Newtoniaanse natuurkunde.
-
aanleggen
verbDeutsche Bahn provided several examples of turnover losses caused by the construction of pipelines.
Deutsche Bahn heeft verschillende voorbeelden overgelegd van omzetverliezen als gevolg van de aanleg van pijpleidingen.
-
Minder frequente vertalingen
- maken
- aanmaken
- installeren
- uitbrengen
- uitvoeren
- fitten
- uitrichten
- bedrijven
- doen
- samenstellen
- opbouwen
- ineenzetten
- bijeenvoegen
- vervaardigen
- fabriceren
- oprichten
- bijmengen
- afstellen
- produceren
- meebrengen
- verenigen
- bijeenbrengen
- samenbrengen
- voortbrengen
- aaneenvoegen
- bijdoen
- bijeenbinden
- medenemen
- aaneenschakelen
- samenbinden
- verstellen
- bijvoegen
- medebrengen
- vergaderen
- afhalen
- toevoegen
- toegeven
- verbinden
- meenemen
- instellen
- passend maken
- constructie
- creëren
- opzetten
- neerzetten
- structuur
- scheppen
- bouwsel
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "construct" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
"Construct" in Engels - Nederlands woordenboek
Momenteel hebben we geen vertalingen voor Construct in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.
Zinnen vergelijkbaar met "construct" met vertalingen in Nederlands
-
staalbouw
-
bouwbeleid
-
bouwen
-
Bouwkunde · aanleg · bebouwing · bouw · bouwen · bouwkunde · bouwsector · bouwsel · bouwwerk · bouwwerkzaamheden · constructie · gebouw · herenhuis · in aanbouw · inrichting · opbouw · opbouwen · oprichting · opstal · perceel · samenstelling · uitlegging · verklaring · vervaardiging · zinsbouw
-
constructief · opbouwend
-
materiaal voor de wegenbouw
-
waterbouwkundig bouwwerk
-
bouwvergunning