Vertaling van "charming" naar Nederlands

charmant, bekoorlijk, innemend zijn de beste vertalingen van "charming" in Nederlands.

charming adjective noun verb grammatica

Present participle of charm. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • charmant

    adjective

    pleasant, charismatic [..]

    Paul is by far the most charming boy in our school.

    Paul is veruit de meest charmante jongen in de school.

  • bekoorlijk

    adjective

    Charme en aantrekkelijkheid hebbend. [..]

    They are poor charms since you disdained them.

    Niet meer zo bekoorlijk sinds jij me verachtte.

  • innemend

    adjective

    Charme en aantrekkelijkheid hebbend.

    Christian was said to be charming, interested in art and literature and even fond of acting.

    Van Christian werd gezegd dat hij innemend was, geïnteresseerd in kunst en literatuur en zelfs dol op toneelspel.

  • Minder frequente vertalingen

    • schattig
    • betoverend
    • snoeperig
    • snoezig
    • verrukkelijk
    • charmante
    • aardig
    • beeldig
    • bevallig
    • heerlijk
    • leuk
    • lief
    • voorkomend
    • aanbiddelijk
    • aanminnig
    • aantrekkelijk
    • aanvallig
    • begerenswaardig
    • gracieus
    • keurig
    • liefelijk
    • sierlijk
    • vriendelijk
    • zacht
    • zoet
    • aanlokkelijk
    • allerliefst
    • attractief
    • begeerlijk
    • blijgeestig
    • fascinerend
    • feeëriek
    • fijn
    • gemoedelijk
    • goddelijk
    • gul
    • gulhartig
    • joviaal
    • knap
    • mooi
    • opgeruimd
    • sympathiek
    • verleidelijk
    • verlokkend
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "charming" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "charming" met vertalingen in Nederlands

  • Patronus
  • Bezweringen · aanlokkelijkheid · bekoring · betovering · charme
  • Charmed
  • derde keer, goede keer
  • aanlokkelijkheid · aantrekkelijkheid · aanvalligheid · amulet · ban · bedeltje · begoochelen · begoocheling · begunstiging · beheksen · bekoorlijkheid · bekoren · bekoring · betoveren · betovering · bevalligheid · bezweren · bezwering · buitmaken · charmant · charme · charmeren · emoticon · fascineren · genadigheid · gunst · heksen · in verrukking brengen · ontroven · plunderen · roven · sierlijkheid · stropen · talisman · tjsoenen · toveren · toverij · tovermiddel · toverwoord · verrukken
  • charmeren
  • droomprins · prins op het witte paard
  • Charmes-sur-Rhône
Toevoegen

Vertalingen van "charming" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen