Vertaling van "break" naar Nederlands
breken, pauze, pauzeren zijn de beste vertalingen van "break" in Nederlands.
break
verb
noun
grammatica
(intransitive) To end up in two or more pieces that cannot easily be reassembled. [..]
-
breken
verbtransitive: to do that which is forbidden by (something) [..]
In a store if you break something you must pay for it.
Als je in een winkel iets breekt, moet je ervoor betalen.
-
pauze
noun femininetijd waarin de hoofdactiviteit wordt onderbroken [..]
We asked if we might smoke during the break.
Wij vroegen of we gedurende de pauze mogen roken.
-
pauzeren
verbto interrupt or cease one's work or occupation temporarily [..]
Let's have a ten-minute break.
Laten we tien minuten pauzeren.
-
Minder frequente vertalingen
- overtreden
- kapotgaan
- stukgaan
- verbreken
- breuk
- kapotmaken
- afbreken
- stukmaken
- aanbreken
- doorbreken
- barsten
- rust
- losbreken
- knappen
- uitraken
- dresseren
- muteren
- onderbreking
- schenden
- verbreking
- verbrijzelen
- beschadigen
- intrappen
- vermorzelen
- africhten
- stukbreken
- afbrekingsstreepje
- afbrekingsteken
- koppelteken
- stopstreep
- kapot maken
- tot gehoorzaamheid dwingen
- uiteenvallen
- slaan
- scheuren
- verpletteren
- veranderen
- afzeggen
- schaft
- opening
- kloppen
- doorgaan
- klappen
- afbreking
- verandering
- stilstand
- interval
- stilte
- dorsen
- roeren
- bestand
- houwen
- wapenstilstand
- gerustheid
- doorroeren
- meppen
- omroeren
- afrossen
- bedaardheid
- bewegingloosheid
- rustigheid
- afranselen
- roerloosheid
- kalmte
- strakheid
- trait d’union
- Break
- break
- uitbreken
- kraken
- verdelen
- botbreuk
- cesuur
- fractuur
- tussenpoos
- verwerpen
- bersten
- cessuur
- ommekeer
- een inbreuk plegen op
- failliet gaan
- kapot gaan
- trait d'union
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "break" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Afbeeldingen met "break"
Zinnen vergelijkbaar met "break" met vertalingen in Nederlands
-
I’ll Never Break Your Heart
-
Tie Break
-
braak · diefstal met inbraak · inbraak
-
pauze
-
Breaking Away
Voorbeeld toevoegen
Toevoegen