Vertaling van "beginning" naar Nederlands

begin, aanvang, ontstaan zijn de beste vertalingen van "beginning" in Nederlands.

beginning adjective noun verb grammatica

(uncountable) The act of doing that which begins anything; commencement of an action, state, or space of time; entrance into being or upon a course; the first act, effort, or state of a succession of acts or states. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • begin

    noun neuter masculine

    act of doing that which begins anything [..]

    The factory will begin to produce next year.

    De fabriek begint het volgende jaar te produceren.

  • aanvang

    noun masculine

    that which begins or originates something [..]

    Four were already envisaged at the beginning of the impact assessment.

    Vier daarvan waren al vastgesteld bij de aanvang van de effectbeoordeling.

  • ontstaan

    noun neuter

    Social bonds between mammals begin when mothers feed their young on milk.

    De sociale band bij zoogdieren ontstaat wanneer de moeder haar jong melk geeft.

  • Minder frequente vertalingen

    • start
    • aanhef
    • vertrek
    • intrede
    • beginnen
    • aanvangen
    • beginnend
    • eerste
    • afvaart
    • afrit
    • genese
    • bron
    • oorsprong
    • startpunt
    • alfa
    • principe
    • inzet
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "beginning" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Afbeeldingen met "beginning"

Zinnen vergelijkbaar met "beginning" met vertalingen in Nederlands

  • een reis van duizend mijlen begint met een enkele stap
  • Hoe begin je daaraan?
  • beginpunt
  • Life Begins
  • beginpunt
  • begin
  • aan komen lopen · aan land gaan · aan wal komen · aanbinden · aanbreken · aanhaken · aankaarten · aanklampen · aanlanden · aanpakken · aansnijden · aanspreken · aanvang · aanvangen · aanvatten · begin · beginnen · beginnen met · een aanvang nemen · entameren · enteren · inaugureren · ingaan · ingesteld · instellen · inzetten · landen · starten · stoten op · toespreken · toetreden · van start gaan · vasthaken · zich stoten aan
  • aanvankelijk
Toevoegen

Vertalingen van "beginning" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen