Vertaling van "attainment" naar Nederlands
het verkrijgen van, talent, verworvenheid zijn de beste vertalingen van "attainment" in Nederlands.
The act of attaining; the act of arriving at or reaching; the act of obtaining by exertion or effort. [..]
-
het verkrijgen van
the act of attaining; the act of arriving at or reaching
Many people make the attaining of riches and status their purpose in life.
Veel mensen maken het verkrijgen van rijkdom en status tot hun levensdoel.
-
talent
nounDe capaciteit om iets goed te doen. Ze worden meestal verworven of geleerd, in tegenstelling tot capaciteiten, die vaak als aangeboren worden beschouwd.
-
verworvenheid
nounThe voters want something done about low academic attainment.
De kiezer willen iets doen aan lage academische verworvenheid.
-
Minder frequente vertalingen
- verkrijging
- verwerving
- vaardigheid
- kundigheid
- bekwaamheid
- capaciteit
- geschiktheid
- vermogen
- habiliteit
- bedrevenheid
- begaafdheid
- behendigheid
- vernuft
- handigheid
- competentie
- gave
- aanleg
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "attainment" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Zinnen vergelijkbaar met "attainment" met vertalingen in Nederlands
-
bereikbaarheid · beschikbaarheid
-
aangrijpen · beetkrijgen · beetnemen · behalen · belenden · bemachtigen · bemerken · bereiken · besturen · brengen · buit maken · confisqueren · doorkomen · geleiden · gewaar worden · grenzen aan · grijpen · halen · houwen · in beslag nemen · inhalen · inslaan · klaarspelen · klappen · kloppen · konfiskeren · leiden · leiden tot · meppen · merken · opvallen · pakken · raken · realiseren · reiken tot · resulteren · slaan · slagen · slagen voor · teisteren · treffen · uitdraaien op · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitlopen op · uitstappen · uitstijgen · uittreden · vangen · vastgrijpen · vastpakken · vatten · verbeurd verklaren · verdienen · verkrijgen · vernemen · verwerven · verwezenlijken · voeren · volbrengen · volgen · voortkomen · voortspruiten · voortvloeien · waarnemen · winnen
-
bereikbaar · beschikbaar · disponibel · haalbaar · te bereiken · te verwezenlijken
-
onderwijsniveau · opleidingsniveau
-
behalen · bereiken · buit maken · geraken · inhalen · treffen · verkrijgen · verwerven