Vertaling van "assert" naar Nederlands

beweren, bevestigen, verdedigen zijn de beste vertalingen van "assert" in Nederlands.

assert verb noun grammatica

(computer science) an assert statement; a section of source code which tests whether an expected condition is true. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • beweren

    verb

    Duidelijk uitleggen.

    It also asserts that this training programme goes beyond the mere needs of the company.

    België beweert bovendien, dat dit opleidingsprogramma de behoeften van de onderneming overstijgt.

  • bevestigen

    verb

    To affirm

    However, the applicants’ vague assertion is not supported by evidence.

    Evenwel wordt deze vage bewering van verzoeksters niet bevestigd door enig bewijs.

  • verdedigen

    verb

    To maintain or defend, as a cause or a claim, by words or measures

    We must assert our fundamental role in that legislative process.

    We moeten onze fundamentele rol in dit wetgevingsproces verdedigen.

  • Minder frequente vertalingen

    • verzekeren
    • behouden
    • opdringen
    • dwingen
    • noodzaken
    • verplichten
    • forceren
    • beamen
    • verklaren
    • handhaven
    • opleggen
    • betuigen
    • toestemmen
    • aantrekken
    • aandoen
    • aanbrengen
    • veraccijnzen
    • aanslaan
    • belasten
    • opbrengen
    • belasting heffen op
    • ja zeggen
    • zich opdringen
    • claimen
    • bepleiten
    • vorstaan
    • bezweren
    • doen gelden
    • laten gelden
    • opkomen voor
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "assert" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "assert" met vertalingen in Nederlands

  • beweerd
  • zelfbewust
  • aanmatiging · geldingsdrang
  • aanmatigend
  • Assertiviteit · assertiviteit · beslistheid · gedecideerdheid · stelligheid · vastberadenheid · vastbeslotenheid
  • assertie · betuiging · bevestiging · bewering · handhaving · stelling · stellingname · verklaring
  • aanmatigend · assertief · beslist · besluitvaardig · gedecideerd · mondig · resoluut · stellig · vastbesloten · zelfbewust · zelfverzekerd
  • beweren · verklaren · verzekeren
Toevoegen

Vertalingen van "assert" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen