Vertaling van "arrival" naar Nederlands

aankomst, komst, aanvoer zijn de beste vertalingen van "arrival" in Nederlands.

arrival noun grammatica

the act of arriving or something that has arrived [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • aankomst

    noun feminine

    act of arriving or something that has arrived [..]

    The severely injured man was dead on arrival at the hospital.

    De zwaargewonde man was al gestorven bij aankomst in het ziekenhuis.

  • komst

    noun feminine

    act of arriving or something that has arrived

    I await your arrival.

    Ik hoop op uw komst.

  • aanvoer

    noun

    Building a house when all the materials had to arrive by rowboat was a formidable task.

    Een huis bouwen was een enorme klus omdat alle bouwmaterialen per roeiboot aangevoerd moesten worden.

  • Minder frequente vertalingen

    • bezorging
    • bevoorrading
    • levering
    • toevoer
    • voorraad
    • provisie
    • proviandering
    • ravitaillering
    • voedselvoorziening
    • leverantie
    • plaats van aankomst
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "arrival" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Arrival
+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • Arrival

    Arrival (ABBA)

    Structure and content of the arrival advice message from the office of destination to the office of departure

    Structuur en inhoud van het Arrival Advice-bericht van het kantoor van bestemming aan het kantoor van vertrek

Zinnen vergelijkbaar met "arrival" met vertalingen in Nederlands

  • Dead on arrival
  • Aangekomen
  • aanvoer · bevoorrading · bezorging · leverantie · levering · proviandering · provisie · ravitaillering · toevoer · voedselvoorziening · voorraad
  • aankomen · arriveren
  • aankomen · arriveren · geraken
  • The Arrival
  • aan de hand zijn · aanbelanden · aankomen · aanlanden · arriveren · behalen · belanden · bereiken · binnenlopen · doorkomen · gebeuren · gemaakt · geraken · geschieden · klaarspelen · komen · overkomen · slagen · slagen voor · terechtkomen · toekomen · voorkomen · voorvallen
  • behalen · belenden · bereiken · besturen · brengen · doorkomen · geleiden · grenzen aan · halen · inhalen · inslaan · klaarspelen · leiden · leiden tot · raken · reiken tot · resulteren · slagen · slagen voor · teisteren · treffen · uitdraaien op · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitlopen op · uitstappen · uitstijgen · uittreden · verdienen · voeren · volgen · voortkomen · voortspruiten · voortvloeien · winnen
Toevoegen

Vertalingen van "arrival" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen