Vertaling van "apply" naar Nederlands

toepassen, aanwenden, gelden zijn de beste vertalingen van "apply" in Nederlands.

apply adjective verb grammatica

(transitive) To lay or place; to put or adjust (one thing to another);—with to; as, to apply the hand to the breast; to apply medicaments to a diseased part of the body. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • toepassen

    verb

    to put to use for a purpose [..]

    Science can be dangerous when applied carelessly.

    Wetenschap kan gevaarlijk zijn als het roekeloos wordt toegepast.

  • aanwenden

    verb

    Een voorwerp inzetten, meestal om een bepaald doel te bereiken.

    In this respect it is critically important that the funding should be properly applied.

    Het is dan ook essentieel dat de financiering correct wordt aangewend.

  • gelden

    verb

    to be relevant to a specified individual

    Operators should know which rules apply for the disposal of such digestion residues and compost.

    Exploitanten moeten weten welke regels gelden voor de verwijdering van dergelijke gistingsresiduen en compost.

  • Minder frequente vertalingen

    • aanvragen
    • solliciteren
    • smeren
    • doorvoeren
    • besmeren
    • doorsmeren
    • aanbrengen
    • leggen
    • uitstrekken
    • strekken
    • verdunnen
    • uitbreiden
    • verwateren
    • spreiden
    • uitrollen
    • ontvouwen
    • versnijden
    • uitspreiden
    • ontrollen
    • ophouden
    • rekken
    • uitbouwen
    • afwikkelen
    • uitsteken
    • vergroten
    • gebruiken
    • stellen
    • opbrengen
    • voordoen
    • opleggen
    • doen
    • betrachten
    • aantrekken
    • benutten
    • plaatsen
    • aanzetten
    • zetten
    • aandoen
    • steken
    • in toepassing brengen
    • stoppen
    • verzoeken
    • vragen
    • uitoefenen
    • betreffen
    • aanmelden
    • brengen
    • staan
    • inroepen
    • opdringen
    • dwingen
    • beoefenen
    • verplichten
    • bepleisteren
    • stukadoren
    • pleisteren
    • veraccijnzen
    • overtrekken
    • indoen
    • aankleden
    • forceren
    • inleggen
    • bidden
    • kleden
    • aanslaan
    • ontvangen
    • belasten
    • omkleden
    • noodzaken
    • bekleden
    • accepteren
    • aannemen
    • inzetten
    • belasting heffen op
    • in de praktijk brengen
    • zich opdringen
    • hanteren
    • bezigen
    • utiliseren
    • ingeven
    • aangaan
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "apply" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Afbeeldingen met "apply"

Zinnen vergelijkbaar met "apply" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "apply" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen