Vertaling van "allowance" naar Nederlands

toestemming, vergunning, vergoeding zijn de beste vertalingen van "allowance" in Nederlands.

allowance verb noun grammatica

The act of allowing, granting, conceding, or admitting; authorization; permission; sanction; tolerance. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • toestemming

    noun feminine

    a customary deduction from the gross weight of goods

    Am I allowed to tell you about it?

    Heb ik toestemming om je erover te vertellen?

  • vergunning

    noun feminine

    ArcelorMittal contends that the emissions allowances must be treated as property and not administrative authorisations.

    ArcelorMittal stelt dat de emissierechten niet als administratieve vergunningen, maar als vermogensbestanddelen moeten worden beschouwd.

  • vergoeding

    noun feminine

    Further to that decision, the allowances referred to in Articles 18 and 19 shall no longer be granted.

    Ingevolge dat besluit worden de in de artikelen 18 en 19 bedoelde vergoedingen niet uitgekeerd.

  • Minder frequente vertalingen

    • korting
    • rente
    • toelage
    • toeslag
    • toelating
    • portie
    • permissie
    • reductie
    • toegift
    • uitkering
    • aftrek
    • tegemoetkoming
    • inkomen
    • rantsoen
    • rabat
    • aandeel
    • zakgeld
    • schadeloosstelling
    • schadevergoeding
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "allowance" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "allowance" met vertalingen in Nederlands

  • optie Gebruikers kunnen zich aanmelden bij spamquarantaine
  • alimentatie · onderhoudsuitkering
  • vergoeding voor afgevaardigden
  • speciale afschrijvingsaftrek
  • aanbotsen · aandoen · aandraaien · aangeven · aannemen · aanreiken · aansteken · accepteren · achterlaten · autoriseren · beweren · binnenlaten · doneren · doorbrengen · dulden · erkennen · gedogen · geduwd worden · geven · goedkeuren · goedvinden · gunnen · het eens zijn · inschakelen · inwilligen · laten · laten begaan · laten doen · laten schieten · loslaten · mogelijk maken · ontvangen · opbrengen · permitteren · rekenen · schakelen · schenken · toebrengen · toegeven · toekennen · toelaten · toestaan · toestemmen · tolereren · uitgaan · uitkomen · uitlopen · uitstappen · uitstijgen · uittreden · verdrijven · vergunnen · verlenen · veronderstellen · veroorloven · zich stoten
  • kinderbijslag
  • vrijstelling van belasting
Toevoegen

Vertalingen van "allowance" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen