Vertaling van "alarming" naar Nederlands

alarmerend, bedenkelijk, gevaarlijk zijn de beste vertalingen van "alarming" in Nederlands.

alarming adjective verb grammatica

Present participle of alarm. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • alarmerend

    adjective

    Around the world, armed conflicts and attacks on civilians increased at an alarming rate.

    Over de hele wereld steeg het aantal gewapende conflicten en aanvallen op burgers in een alarmerend tempo.

  • bedenkelijk

    adjective

    Current developments are in some ways alarming, precisely because of the rising crime rate.

    Juist echter in het licht van de stijgende criminaliteitscijfers is de huidige ontwikkeling in vele opzichten bedenkelijk.

  • gevaarlijk

    adjective

    I don't wanna give you mixed signals, but we do have some reason for alarm.

    Ik wil geen paniek zaaien, maar het kan gevaarlijk worden.

  • Minder frequente vertalingen

    • zorgwekkend
    • angstig
    • bang
    • onrustbarend
    • onrustwekkend
    • zorgbarend
    • schrikbarend
    • verontrustend
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "alarming" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "alarming" met vertalingen in Nederlands

  • aanslaan · afmatting · aftrek · alarm · alarm slaan · alarmbel · alarmeren · alarmklok · alarmkreet · alarmsein · alarmsignaal · alarmstemming · angst · apathie · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · bedroefdheid · beduchtheid · bel · benauwen · consternatie · dofheid · droefgeestigheid · duchten · gejaagdheid · loomheid · lusteloosheid · matheid · melancholie · mistroostigheid · moedeloosheid · moeheid · noodsein · ongerustheid · onraad · onrust · onthutsen · ontstellen · ontsteltenis · ontzetten · ontzetting · rusteloosheid · schel · schrik · schrikkelijkheid · schromen · schroom · slapheid · slapte · somberheid · stilstand · stupor · terugschrikken voor · traagheid · vadsigheid · verbijsteren · verbijstering · verbluffen · verbluftheid · verdoven · vermoeidheid · vermoeienis · verontrusten · verontrusting · verschrikken · verslagenheid · vrees · vrees aanjagen · vrezen · waarschuwen · waarschuwing · weemoed · wekker · wezenloosheid · woeligheid · zwaarmoedigheid
  • alarmisme
  • alarmklok · wekker
Toevoegen

Vertalingen van "alarming" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen