Vertaling van "affix" naar Nederlands

affix, vastmaken, aanhangsel zijn de beste vertalingen van "affix" in Nederlands.

affix verb noun grammatica

That which is affixed; an appendage. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • affix

    noun neuter

    mathematics: the complex number associated to a point [..]

  • vastmaken

    verb

    to attach

    Just gonna affix some sensors for an electrocardiogram.

    Even wat sensors vastmaken voor een ecg.

  • aanhangsel

    noun neuter

    that which is affixed

    There shall be affixed to every superstructure approved to this Directive a separate technical unit type-approval mark as specified in Appendix 1 to this Annex.

    Op iedere overeenkomstig deze richtlijn goedgekeurde bovenbouw wordt een typegoedkeuringsmerk voor technische eenheden aangebracht, zoals aangegeven in aanhangsel 1 van deze bijlage.

  • Minder frequente vertalingen

    • aanhangen
    • bevestigen
    • aan
    • aanhechtsel
    • achtervoegsel
    • vastzetten
    • aanhechten
    • vaststellen
    • aansluiten
    • toevoeging
    • verbinden
    • verstevigen
    • achtervoegen
    • tuigeren
    • toevoegsel
    • fixeren
    • bepalen
    • hechten
    • toevoegen
    • vastleggen
    • binden
    • omschrijven
    • suffix
    • aanbranden
    • voorvoegsel
    • onderbinden
    • vastbinden
    • bijvoegen
    • meren
    • aanbinden
    • definiëren
    • hangen
    • woorddl.
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "affix" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Afbeeldingen met "affix"

Zinnen vergelijkbaar met "affix" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "affix" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen