Vertaling van "adherents" naar Nederlands
aanhang, leden, achterban zijn de beste vertalingen van "adherents" in Nederlands.
adherents
noun
Plural form of adherent. [..]
-
aanhang
nounWe need unequivocal commitment to the commandments and strict adherence to sacred covenants.
We moeten ons met volle overgave aan de geboden toewijden en onze heilige verbonden strikt aanhangen.
-
leden
verb nounAll members of a Bethel family loyally adhere to the standards of God’s Word.
Alle leden van een Bethelfamilie houden zich loyaal aan de maatstaven van Gods Woord.
-
achterban
-
gevolg
noun neuterDetain the King and his adherents and bring them here.
Neem de koning en z'n gevolg gevangen en breng ze hierheen.
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "adherents" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Zinnen vergelijkbaar met "adherents" met vertalingen in Nederlands
-
gehecht aan · geplakt aan · vast aan
-
aanbakken · aanhangen · aankleven · aankoeken · blijven bij · congruent zijn · corresponderen · elkaar dekken · houden · in acht nemen · kleven · plakken · rijmen · samenhangen · trouw blijven aan · vasthouden · vastkleven · zich aanpassen · zich houden aan
-
aanhankelijkheid · aanmelding · adhesie · gehechtheid · getrouwheid · kleven · loyaliteit · plakken · steun · toegenegenheid · toetreding · toewijding · trouw · trouw zijn aan · trouwhartigheid · verkleefdheid · verknochtheid
-
kleven · naleven
-
aanhanger · aanklevend · acoliet · adept · adhesief · discipel · kleef- · klevend · kleverig · volgeling
-
aanbakken · aanhangen · aankleven · aankoeken · blijven bij · congruent zijn · corresponderen · elkaar dekken · houden · in acht nemen · kleven · plakken · rijmen · samenhangen · trouw blijven aan · vasthouden · vastkleven · zich aanpassen · zich houden aan
-
aanbakken · aanhangen · aankleven · aankoeken · blijven bij · congruent zijn · corresponderen · elkaar dekken · houden · in acht nemen · kleven · plakken · rijmen · samenhangen · trouw blijven aan · vasthouden · vastkleven · zich aanpassen · zich houden aan
-
aanbakken · aanhangen · aankleven · aankoeken · blijven bij · congruent zijn · corresponderen · elkaar dekken · houden · in acht nemen · kleven · plakken · rijmen · samenhangen · trouw blijven aan · vasthouden · vastkleven · zich aanpassen · zich houden aan
Voorbeeld toevoegen
Toevoegen