Vertaling van "accumulate" naar Nederlands

accumuleren, vermeerderen, opstapelen zijn de beste vertalingen van "accumulate" in Nederlands.

accumulate adjective verb grammatica

(transitive) To heap up in a mass; to pile up; to collect or bring together; to amass. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • accumuleren

    verb

    to grow in number [..]

    Any accumulated condensate shall be drained and all drains shall be completely closed before emission testing.

    Vóór de emissietests moet elk geaccumuleerd condensaat worden afgevoerd en moeten alle afvoergaten volledig worden gesloten.

  • vermeerderen

    verb

    to pile up

    However, BFH will not pay the rent monthly in cash but can accumulate as debt the unpaid rent plus interes (11).

    BFH zal de pacht evenwel niet maandelijks voldoen; de betaling van de gebruiksvergoeding vermeerderd met rente wordt uitgesteld (11).

  • opstapelen

    verb

    to pile up

    This is the case for large quantities of Indian sugar accumulated over two years.

    Dit geldt voor grote hoeveelheden Indiase suiker die zich in twee jaar tijd hebben opgestapeld.

  • Minder frequente vertalingen

    • ophopen
    • zich opstapelen
    • opeenhopen
    • verzamelen
    • stapelen
    • zich ophopen
    • opeenstapelen
    • inzamelen
    • plukken
    • innen
    • collecteren
    • samenrotten
    • samenscholen
    • kruien
    • rapen
    • tassen
    • oogsten
    • te hoop lopen
    • zich opeenhopen
    • bijeenbrengen
    • groeperen
    • vergaderen
    • meenemen
    • afhalen
    • meebrengen
    • medenemen
    • medebrengen
    • op een stapel zetten
    • sparen
    • opdoen
    • samenkomen
    • bijeenkomen
    • bergen
    • acumuleren
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "accumulate" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "accumulate" met vertalingen in Nederlands

  • accumuleren · ophopen · opstapelen · stapelen · vergaren · vermeerderen · zich ophopen · zich opstapelen
  • aandrang · accumulatie · boel · cumulatie · drom · hoop · massa · menigte · moker · opeenhoping · opeenstapeling · ophoping · opstapeling · run · samenscholing · samenvoeging · schare · smeedhamer · smidshamer · stapel · tas · toeloop · troep · voorhamer
  • aangroeiend · zich opeenhopend · zich ophopend
  • samengevoegde afschrijving
  • accu · accumulator · accumulator#accumulatie van energie · batterij · verzamelaar
  • opstapeling van verontreinigende stoffen
  • Studiepunt
  • ophopingspunt · verdichtingspunt
Toevoegen

Vertalingen van "accumulate" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen