Vertaling van "accomplish" naar Nederlands

volbrengen, bereiken, verwezenlijken zijn de beste vertalingen van "accomplish" in Nederlands.

accomplish verb grammatica

To finish successfully. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • volbrengen

    verb

    to bring to an issue of full success; to effect; to perform [..]

    The task is so difficult that I cannot accomplish it.

    De taak is zo moeilijk dat ik ze niet kan volbrengen.

  • bereiken

    verb

    Succesvol beëindigen.

    The American anthropologist Margaret Mead once said that one should never underestimate what a small group of dedicated people can accomplish.

    De Amerikaanse antropologe Margaret Mead heeft ooit gezegd dat men niet moet onderschatten wat een kleine groep toegewijde mensen kan bereiken.

  • verwezenlijken

    verb

    Whatever it is you think you're accomplishing here, it's over.

    Wat je ook denkt te verwezenlijken, het is voorbij.

  • Minder frequente vertalingen

    • vervullen
    • behalen
    • voltrekken
    • nakomen
    • verrichten
    • realiseren
    • uitvoeren
    • naleven
    • slagen
    • inhalen
    • bewerkstelligen
    • voltooien
    • tot stand brengen
    • klaarspelen
    • halen
    • teisteren
    • inslaan
    • raken
    • treffen
    • reiken tot
    • doorvoeren
    • verwerkelijken
    • doorkomen
    • slagen voor
    • klaren
    • stoppen
    • brengen
    • doen
    • voeren
    • geheel maken
    • maken
    • uitkomen
    • leiden
    • afsluiten
    • uitlopen
    • voortkomen
    • uittreden
    • volmaken
    • resulteren
    • winnen
    • vrijwaren
    • aanvullen
    • verzekeren
    • afleggen
    • garanderen
    • geleiden
    • besturen
    • vullen
    • assureren
    • belenden
    • supplementeren
    • uitloven
    • verzeggen
    • voleinden
    • volschenken
    • spekken
    • sponsoren
    • uitstappen
    • dempen
    • behoeden
    • uitstijgen
    • completeren
    • uitrusten
    • toezeggen
    • voortspruiten
    • beveiligen
    • invullen
    • bijwerken
    • betuigen
    • beloven
    • beschermen
    • voortvloeien
    • verdienen
    • waarborgen
    • uitgaan
    • volgen
    • borg staan voor
    • grenzen aan
    • in veiligheid brengen
    • leiden tot
    • uitdraaien op
    • uitlopen op
    • veilig stellen
    • effectueren
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "accomplish" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "accomplish" met vertalingen in Nederlands

  • bedreven · begaafd · behendig · bekwaam · beschaafd · bevoegd · competent · compleet · conpetent · deskundig · ervaren · geoefend · getalenteerd · handig · meesterlijk · ontwikkeld · talentvol · uitgemaakt · vaardig · vakkundig · verricht · volbracht · voldaan · voldane · voldongen · volkomen · volleerd · volmaakt · voltooid · voltrokken · welopgevoed · zaakkundig
  • presteerder · presteerster · verwezenlijker
  • beschaving · ontwikkeling · prestaties
  • voldongen feit
  • haalbaar
  • aanleg · adres · arbeid · bedrevenheid · begaafdheid · behendigheid · bekwaamheid · beëindiging · capaciteit · competentie · daad · emplooi · executie · gave · geschiktheid · habiliteit · handeling · handigheid · inlossing · karwei · kennis · kundigheid · naleving · prestatie · realisatie · slag · talent · uitvoering · vaardigheid · vermogen · vernuft · verrichting · vervulling · vlugheid · volmaaktheid · voltooiing · voltooing · voltrekking · werk
  • behalen · bereiken · bewerkstelligen · klaren · nakomen · tot stand brengen · treffen · uitvoeren · verrichten · vervullen · verwezenlijken · volbrengen · voltooien
  • missie geslaagd!
Toevoegen

Vertalingen van "accomplish" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen