Vertaling van "accommodation" naar Nederlands
accommodatie, woning, vergelijk zijn de beste vertalingen van "accommodation" in Nederlands.
(British) Lodging in a dwelling or similar living quarters afforded to travellers in hotels or on cruise ships, or prisoners, etc. [..]
-
accommodatie
noun feminineadjustment of the eye [..]
Of course for you, we can find other accommodations.
Voor jou kunnen we natuurlijk andere accommodaties regelen.
-
woning
nounPerhaps I could steer you to more suitable accommodations.
Misschien kan ik u een geschiktere woning bezorgen.
-
vergelijk
noun neuterIt is the first time for 70 years that they have been round the table reaching an accommodation.
Voor het eerst sedert 70 jaar hebben zij door onderhandelingen een vergelijk kunnen bereiken.
-
Minder frequente vertalingen
- onderkomen
- aanpassing
- logies
- compromis
- kwartier
- schikking
- huisvesting
- onderdak
- tussenvoorstel
- middenweg
- inrichting
- inschikkelijkheid
- regeling
- willigheid
- nachtverblijf
- woonplaats
- afspraak
- inkwartiering
- goedigheid
- handelbaarheid
- toegevendheid
- verblijf
- meegaandheid
- zetting
- verbintenis
- akkoord
- maatregel
- faciliteiten
- ruimte
- plaats
- stad
- oord
- gemak
- zetel
- lokaliteit
- accoord
- pact
- dorp
- verdrag
- stadje
- behuizing
- appartement
- flat
- gerief
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "accommodation" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
Accommodation (religion)
"Accommodation" in Engels - Nederlands woordenboek
Momenteel hebben we geen vertalingen voor Accommodation in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.
Afbeeldingen met "accommodation"
Zinnen vergelijkbaar met "accommodation" met vertalingen in Nederlands
-
ondergebracht
-
accommodatie
-
valreep
-
valreep
-
slaapkamer · slaapplaats
-
accommoderen · huisvesten · onderbrengen · onderdak bieden
-
aanpassing
-
behulpzaam · bereidvaardig · bereidwillig · coulant · dienstvaardig · dienstwillig · gedienstig · goedig · handelbaar · hulpvaardig · inschikkelijk · meegaand · tegemoetkomend · toegeeflijk · toegevelijk · toegevend · voorkomend