Vertaling van "abject" naar Nederlands
verachtelijk, ellendig, nietswaardig zijn de beste vertalingen van "abject" in Nederlands.
Sunk to a low condition; down in spirit or hope; degraded; servile; grovelling; despicable; as, abject posture, fortune, thoughts. [..]
-
verachtelijk
adjectiveIs woman’s Biblical subjection to her husband abject slavery?
Is de bijbelse onderworpenheid van de vrouw aan haar man een vorm van verachtelijke slavernij?
-
ellendig
adjectiveSunk to a low condition; down in spirit or hope
So, after four years of abject servitude, you couldn't spare one lousy million.
Dus, na vier jaar van ellendige slavernij, zou nog geen miljoen kunnen missen.
-
nietswaardig
adjectiveSometimes I can't believe the newspapers abject ignorance of diplomatic realities.
Soms kan ik de kranten nietswaardig onwetendheid van diplomatieke realiteit niet geloven.
-
Minder frequente vertalingen
- hulpeloos
- infaam
- schunnig
- afschuwelijk
- laaghartig
- vuig
- laag
- gemeen
- erbarmelijk
- miserabel
- gelaten
- afgrijselijk
- ijselijk
- moedeloos
- onzedelijk
- ploertig
- stumperig
- verworpeling
- zedeloos
- zedenkwetsend
- abominabel
- beklagenswaardig
- diepgezonken
- immoreel
- onguur
- rottig
- verfoeilijk
- belabberd
- schamel
- zielig
- infaam persoon
- extreem
- abject
- uiterst
- nederig
- arm
- armelijk
- straatarm
- armoedig
- bovenmatig
- laf
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "abject" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Zinnen vergelijkbaar met "abject" met vertalingen in Nederlands
-
abjectheid · achteruitgang · besnoeiing · daling · debâcle · degeneratie · degradatie · gemeenheid · kleinering · laaghartigheid · laagheid · ondergang · ontaarding · rampspoed · schanddaad · schunnigheid · smeerlapperij · tegenspoed · val · verflauwing · verlaging · vermindering · vernedering · verootmoediging · verval · verwording · verzakking · vuigheid
-
extreme armoede
-
achteruitgang · besnoeiing · daling · debâcle · degeneratie · degradatie · diepe vernedering · gemeenheid · kleinering · laaghartigheid · laagheid · moedeloosheid · ondergang · ontaarding · rampspoed · schanddaad · schunnigheid · smeerlapperij · tegenspoed · val · verachtelijkheid · verflauwing · verlaging · vermindering · vernedering · verootmoediging · verval · verwording · verworpenheid · verzakking · vuigheid