Vertaling van "Shake" naar Nederlands

Shake, schudden, schokken zijn de beste vertalingen van "Shake" in Nederlands.

Shake
+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • Shake

    Shake (software)

    Shake Maguire wants me to coach the Stallions.

    Shake wil dat ik de Stallions ga coachen.

  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "Shake" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

shake verb noun grammatica

(transitive, ergative) To cause (something) to move rapidly in opposite directions alternatingly. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • schudden

    verb

    transitive: to cause to move [..]

    You can't shake someone's hand with a clenched fist.

    Met gebalde vuist kan je iemands hand niet schudden.

  • schokken

    verb

    transitive: to disturb emotionally

    Why this case make such a shake in the society?

    Waarom is de gemeenschap zo door deze zaak geschokt?

  • beven

    verb

    hard en heftig trillen

    Sometimes my hands shake.

    Soms beven mijn handen.

  • Minder frequente vertalingen

    • doen wankelen
    • opschudden
    • wrikken
    • stoten
    • hobbelen
    • verwikken
    • verwrikken
    • horten
    • doen schudden
    • schok
    • trilling
    • trillen
    • wankelen
    • beving
    • afschudden
    • bibberen
    • handdruk
    • uitschudden
    • roeren
    • ruk
    • vibreren
    • onthutsen
    • schommelen
    • schudding
    • opwinden
    • huiveren
    • prikkelen
    • Schalie
    • ijzen
    • shake

Afbeeldingen met "Shake"

Zinnen vergelijkbaar met "Shake" met vertalingen in Nederlands

  • het hoofd schudden · hoofd schudden · nee schudden
  • beven · doen wankelen · opschudden · schokken · schudden · stoten · wrikken
  • aandrukken · aaneensluiten · bergen · bijschuiven · binden · de hand schudden · dringen · drukken · handen schudden · insluiten · knellen · nauwer aanhalen · opbergen · opsluiten · opwinden · persen · pressen · spannen · strekken · uitrekken · verdichten · wegbergen · wegsluiten
  • schud om te starten
  • de hand schudden · handen geven
  • afpersen
  • shake-hands-architectuur
  • afschudden
Toevoegen

Vertalingen van "Shake" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen