Vertaling van "Deal" naar Nederlands

Deal, uitdelen, behandelen zijn de beste vertalingen van "Deal" in Nederlands.

Deal proper

A coastal town in Kent, England.

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • Deal

    Deal (New Jersey) [..]

    It's a tremendous deal.

    Dat is een buitengewone deal.

  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "Deal" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

deal adjective verb noun grammatica

(transitive) To distribute among a number of recipients, to give out as one’s portion or share. [..]

+ Toevoegen

Engels - Nederlands woordenboek

  • uitdelen

    verb

    to give out as one’s portion or share [..]

    I'll deal out three to each.

    Ik zal er aan elk drie uitdelen.

  • behandelen

    verb

    to handle, manage [..]

    Interlinguistics deals with communication across language barriers, and explores how planned languages like Esperanto and Volapük are used in these situations.

    Interlinguistiek behandelt de communicatie voorbij de taalbarrières en onderzoekt hoe plantalen, zoals Esperanto en Volapük, in zulke omstandigheden werken.

  • handelen

    verb

    to trade [..]

    I had some personal issues to deal with.

    Ik had wat persoonlijke zaken af te handelen.

  • Minder frequente vertalingen

    • delen
    • verdelen
    • regelen
    • te maken hebben met
    • dealen
    • rondgeven
    • afspraak
    • ronddelen
    • onderhandelen
    • deal
    • akkoord
    • transactie
    • contract
    • koop
    • schikking
    • distribueren
    • rondbrengen
    • verbintenis
    • uitreiken
    • deel
    • geven
    • bemoeien
    • pact
    • stuk
    • onderdeel
    • verdrag
    • hoeveelheid
    • ontslaan
    • toebrengen
    • vrijstellen
    • uitzonderen
    • zaak
    • overeenkomst
    • handel
    • deling
    • verdeling
    • vuren
    • bewerken
    • scheiding
    • handel drijven

Afbeeldingen met "Deal"

Zinnen vergelijkbaar met "Deal" met vertalingen in Nederlands

  • aan komen lopen · aan land gaan · aan wal komen · aanbinden · aanhaken · aankaarten · aanklampen · aanlanden · aanpakken · aansnijden · aanspreken · aanvangen · beginnen · beginnen met · behandelen · bejegenen · bewerken · enteren · landen · omgaan met · onderhandelen · stoten op · toespreken · toetreden · vasthaken · verwerken · zich stoten aan
  • Deal Island
  • duister zaakje
  • een groot deel · een hoop · heel wat · veel
  • Plain Dealing
  • Ripdeal
  • voldongen feit
  • handelen in
Toevoegen

Vertalingen van "Deal" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen