Vertaling van "zielen" naar Nederlands

mikken, richten, bedoelen zijn de beste vertalingen van "zielen" in Nederlands.

zielen verb grammatica

ins Visier nehmen (umgangssprachlich)

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • mikken

    verb

    Und wenn ich was treffe, dann hab ich drauf gezielt.

    En als ik iets raak, heb ik er ook op gemikt.

  • richten

    verb

    op een bepaald doel afstemmen

    Daher muss die Kommission aufmerksam darüber wachen, dass Beihilfen gezielt eingesetzt und schwere Wettbewerbsverzerrungen vermieden werden.

    De Commissie dient zch er daarom van te vergewissen, dat de maatregelen gericht zijn en dat ernstige mededingingsvervalsingen worden voorkomen.

  • bedoelen

    verb

    Solche Verpflichtungen zielen darauf ab, die Energieversorgungssicherheit in der Union zu gewährleisten.

    Vastgesteld moet worden dat dergelijke verplichtingen bedoeld zijn om de continuïteit van de energievoorziening in de Unie te waarborgen.

  • Minder frequente vertalingen

    • beogen
    • doelen
    • mikken op
    • richten op
    • rooien
    • ten doel hebben
    • streven
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "zielen" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Zielen noun Noun neuter grammatica
+ Toevoegen

"Zielen" in Duits - Nederlands woordenboek

Momenteel hebben we geen vertalingen voor Zielen in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.

Zinnen vergelijkbaar met "zielen" met vertalingen in Nederlands

  • richten
  • Eenvoudig doel
  • gemeenschappelijke doelen
  • finishen
  • doelloos
  • Meta · ambitie · bedoeling · besluit · bestemming · betalingstermijn · beëindiging · doel · doel- · doeleinde · doelpunt · doelstelling · doelvoorziening · doelwit · eind · einde · eindstreep · finish · goal · honk · intentie · meet · mikpunt · nut · objectief · oogmerk · opzet · plaats van aankomst · plan · reden · reisbestemming · reisdoel · richtpunt · streefdoel · strekking · toeleg · voleinding · voornemen · wit · zin
  • aanleggen · mikken op
  • doelstellingen van individuele economische ondernemingen
Toevoegen

Vertalingen van "zielen" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen