Vertaling van "schneiden" naar Nederlands

snijden, knippen, oogsten zijn de beste vertalingen van "schneiden" in Nederlands.

schneiden verb grammatica

schneiden (fachsprachlich) [..]

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • snijden

    verb

    met een scherp voorwerp in stukken delen [..]

    Maria hat sich geschnitten, während sie Zwiebeln kleinhackte.

    Maria heeft zich gesneden terwijl ze uien aan het fijnhakken was.

  • knippen

    verb

    Een snede maken (met bijvoorbeeld een mes).

    Ich kann mir nicht gleichzeitig die Nägel schneiden und bügeln!

    Ik kan niet tegelijk mijn nagels knippen en de strijk doen!

  • oogsten

    verb

    Ein Monat für das Schneiden und Abmessen

    Eén maand oogsten en afmeten

  • Minder frequente vertalingen

    • snerpen
    • afsnijden
    • snoeien
    • scheren
    • hakken
    • doorsnijden
    • couperen
    • maaien
    • kappen
    • afhakken
    • uitknippen
    • afkappen
    • houwen
    • afknippen
    • afkorten
    • cutten
    • een gezicht trekken
    • graveren
    • kerven
    • korten
    • kruisen
    • mijden
    • monteren
    • negeren
    • opereren
    • opnemen
    • rollen
    • verdelen
    • zagen
    • beitelen
    • slijpen
    • verzamelen
    • plukken
    • omhakken
    • rapen
    • afhouwen
    • collecteren
    • inzamelen
    • schudden
    • innen
    • accepteren
    • aannemen
    • ontvangen
    • een beslissing nemen
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "schneiden" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Schneiden noun feminine grammatica
+ Toevoegen

"Schneiden" in Duits - Nederlands woordenboek

Momenteel hebben we geen vertalingen voor Schneiden in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.

Afbeeldingen met "schneiden"

Zinnen vergelijkbaar met "schneiden" met vertalingen in Nederlands

  • The Edge
  • afdeling · beker · bijlslag · bokaal · canto · coupe · cup · deel · doorsnede · doorsnee · drinkbeker · effect · filet · gemiddelde · grens · haarsnit · hak · houw · insnijding · jaap · kapsel · keep · kerf · knip · knippatroon · litteken · maaien · montage · moot · plak · scheiding · schijf · schrap · sectie · snede · snee · sneetje · snijvlak · snijwond · snit · snoei · snoeien · vorm · wondteken
  • de gulden snede
  • haarknippen · haren knippen · scheren
  • bieslook
  • glas snijden
Toevoegen

Vertalingen van "schneiden" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen