Vertaling van "reizen" naar Nederlands

irriteren, aanstoken, ophitsen zijn de beste vertalingen van "reizen" in Nederlands.

reizen verb grammatica

sekkieren (österr.)

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • irriteren

    op onaangename wijze prikkelen

    Die meisten Stoffe sind als reizend für die Atemwege eingestuft.

    De meeste zijn ingedeeld als irriterend voor de ademhalingswegen.

  • aanstoken

  • ophitsen

    verb
  • Minder frequente vertalingen

    • prikkelen
    • sarren
    • stimuleren
    • aanporren
    • aanvuren
    • zwepen
    • aansporen
    • op stang jagen
    • ergeren
    • opwinden
    • aanvragen
    • bevallen
    • bieden
    • intrigeren
    • lokken
    • opbieden
    • tergen
    • uitlokken
    • aanwakkeren
    • verhitten
    • werken op
    • plagen
    • bekoren
    • opzetten
    • agaceren
    • verontwaardigen
    • vertoornen
    • kwaad maken
    • pijn doen aan de tanden of aan de zenuwen
    • rechtop zetten
    • opwekken
    • aanlokken
    • pesten
    • aandrijven
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "reizen" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Reizen noun masculine grammatica
+ Toevoegen

"Reizen" in Duits - Nederlands woordenboek

Momenteel hebben we geen vertalingen voor Reizen in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.

Zinnen vergelijkbaar met "reizen" met vertalingen in Nederlands

  • driftig · fel · geprikkeld · geïrriteerd · korzelig · kribbig · opvliegend
  • stimulus
  • subliminale boodschap
  • aurora · morgenlicht · morgenrood
  • charme · sierlijkheid
  • betoverend · boeiend · fascinerend · opwindend
  • aantrekkelijkheid · aantrekkingskracht · attractie · begunstiging · bekoorlijkheid · bekoring · bevalligheid · charme · genadigheid · gunst · jeu · lokkertje · lokmiddel · prikkel · prikkeling · sierlijkheid · stimulatie · stimulus
  • aanbiddelijk · aantrekkelijk · aardig · beeldig · bekoorlijk · betoverend · bevallig · bot · charmant · elegant · fraai · gracieus · heerlijk · innemend · keurig · leuk · lief · liefelijk · mild · prikkelend · schattig · sierlijk · snoeperig · snoezig · stomp · verrukkelijk · voorkomend · vriendelijk · zacht · zachtaardig · zachtmoedig · zachtzinnig · zoel · zoet
Toevoegen

Vertalingen van "reizen" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen