Vertaling van "jubeln" naar Nederlands
jubelen, juichen, gejubel zijn de beste vertalingen van "jubeln" in Nederlands.
jubeln
verb
grammatica
johlen (abwertend)
-
jubelen
verbjuichen
Wir haben gejubelt über Rio.
Wij hebben gejubeld over Rio.
-
juichen
verbAlle fingen an zu jubeln.
Iedereen begon te juichen.
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "jubeln" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
Jubeln
-
gejubel
Welch grenzenloser Jubel muß bei diesem Anlaß dort geherrscht haben!
Wat moet er bij die gelegenheid een tomeloos gejubel in de hemel zijn geweest!
Zinnen vergelijkbaar met "jubeln" met vertalingen in Nederlands
-
dolblij · gelukkig · jubelend · juichend · opgetogen
-
jabroer
-
blijdschap · blijheid · gejubel · gejuich · jubel · verheugenis · verheuging · vreugde
-
er klinkt een luid gejuich
Voorbeeld toevoegen
Toevoegen