Vertaling van "heim" naar Nederlands

thuis, naar huis, huiswaarts zijn de beste vertalingen van "heim" in Nederlands.

heim adverb
+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • thuis

    noun neuter

    Papa kommt morgen heim.

    Papa komt morgen thuis.

  • naar huis

    Der Besuch kehrt einer nach dem anderen heim.

    Alle bezoekers keerden terug naar huis, de ene na de andere.

  • huiswaarts

    adverb

    Wegen der Frauen wollen die Männer heim.

    Vrouwen drijven mannen huiswaarts.

  • heemwaarts

    adverb
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "heim" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Heim noun neuter grammatica

Hütte (umgangssprachlich) [..]

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • thuis

    noun neuter

    Iemand's eigen verblijfplaats; het huis of de structuur waarin men leeft; vooral het huis waarin men met zijn familie leeft. [..]

    Trautes Heim, Glück allein!

    Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.

  • tehuis

    noun neuter

    Iemand's eigen verblijfplaats; het huis of de structuur waarin men leeft; vooral het huis waarin men met zijn familie leeft. [..]

    Als sie ernsthaft krank wurde, hast du sie in ein Heim geschickt.

    Toen Helena ernstig ziek werd, stuurde je haar naar een tehuis.

  • huis

    noun masculine

    Der Besuch kehrt einer nach dem anderen heim.

    Alle bezoekers keerden terug naar huis, de ene na de andere.

  • Minder frequente vertalingen

    • pension
    • heem
    • asiel
    • gesticht
    • woning
    • herberg
    • weeshuis
    • home
    • honk

Afbeeldingen met "heim"

Zinnen vergelijkbaar met "heim" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "heim" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen