Vertaling van "freisprechen" naar Nederlands

vrijspreken, vergeven, absolveren zijn de beste vertalingen van "freisprechen" in Nederlands.

freisprechen verb grammatica

lossprechen (von)

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • vrijspreken

    verb

    onschuldig verklaren [..]

    Es sei durchaus möglich, dass er im Rechtsmittelverfahren freigesprochen werde.

    Volgens verzoeker is er een reële kans dat hij in hoger beroep vrijgesproken zal worden.

  • vergeven

    verb

    Du hast deine Frau freigesprochen, obwohl sie deines Vaters Mätresse war.

    Je vergaf je vrouw, ondanks dat ze je vaders maîtresse was.

  • absolveren

    Niet schuldig veklaren van criminele aanklachten.

  • Minder frequente vertalingen

    • kwijtschelden
    • absolutie geven
    • de absolutie geven
    • vrijpleiten
    • afbetalen
    • vereffenen
    • verrekenen
    • vrijlaten
    • verlossen
    • dechargeren
    • releveren
    • rehabiliteren
    • bevrijden
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "freisprechen" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Freisprechen
+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • Luidsprekertelefoon

Toevoegen

Vertalingen van "freisprechen" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen