Vertaling van "ertrag" naar Nederlands

rendement, opbrengst, inkomen zijn de beste vertalingen van "ertrag" in Nederlands.

ertrag verb
+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • rendement

    noun

    Neu angepflanzte Obstbäume erlangen erst nach einigen Jahren den vollen Ertrag.

    Nieuwe aanplantingen bereiken pas na enkele jaren hun volle rendement.

  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "ertrag" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Ertrag noun masculine grammatica

an Früchten [..]

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • opbrengst

    noun masculine

    Einrichtung einer interministeriellen Stelle für die Beschlagnahme von Erträgen aus Straftaten.

    Oprichten van een interministerieel bureau dat beslag moet leggen op de opbrengsten van criminaliteit.

  • inkomen

    noun neuter

    Gliederung Erträge aus Beteiligungskapital

    Uitsplitsing inzake inkomen uit aandelen

  • ontvangst

    noun

    Finanzerträge gelten als Erträge aus Transaktionen mit Leistungsaustausch.

    Financiële ontvangsten worden beschouwd als ontvangsten uit wisseltransacties.

  • Minder frequente vertalingen

    • winst
    • baat
    • belang
    • gewin
    • voordeel
    • verdienste
    • profijt
    • oogst
    • waar
    • instrument
    • middel
    • product
    • bereidingswijze
    • ding
    • handelswaar
    • ontvangstkamer
    • procédé
    • pré
    • recept
    • receptie
    • stuk gereedschap
    • voorwerp
    • werktuig
    • werkwijze
    • rendement
    • waren

Afbeeldingen met "ertrag"

Zinnen vergelijkbaar met "ertrag" met vertalingen in Nederlands

  • baten
  • aannemen · accepteren · brengen · doorstaan · dragen · dulden · gedogen · harden · lijden · ondergaan · ondersteunen · ontvangen · uithouden · uitstaan · velen · verdragen · verduren · volhouden · voortduren
  • landbouwopbrengst
  • duldend · over · verdragend
  • ertegen kunnen
  • aannemen · accepteren · brengen · doorstaan · dragen · dulden · gedogen · harden · lijden · ondergaan · ondersteunen · ontvangen · uithouden · uitstaan · velen · verdragen · verduren · volhouden · voortduren
Toevoegen

Vertalingen van "ertrag" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen