Vertaling van "befinden" naar Nederlands
bevinden, vinden, achten zijn de beste vertalingen van "befinden" in Nederlands.
befinden (gehoben) [..]
-
bevinden
verbEen plaats innemen.
Er befindet sich jetzt in einer sehr schwierigen Situation.
Hij bevindt zich nu in een heel moeilijke situatie.
-
vinden
verbUnd ich befinde mich in einer schwierigen Zeit herauszufinden, wie ich das alles unter einen Hut packen kann.
Ik vind het moeilijk om al die dingen in te passen in m'n leven.
-
achten
verbWerden die Maßnahmen als unzureichend befunden, so erhält der Wirtschaftsteilnehmer eine Begründung dieser Entscheidung.
Wanneer de maatregelen onvoldoende worden geacht, worden aan de ondernemer de redenen daarvoor medegedeeld.
-
Minder frequente vertalingen
- aantreffen
- treffen
- oordelen
- staan
- zich voelen
- geloven
- van mening zijn
- zich bevinden
- zijn
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "befinden" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
-
conditie
noun feminineDoch dank der richtigen Behandlung können die meisten Zöliakiepatienten mit der Krankheit leben und ihr Befinden sogar verbessern.
Maar de meeste coeliakiepatiënten kunnen bij een juiste behandeling heel goed met de aandoening omgaan en hun conditie kan zelfs verbeteren.
-
gezondheidstoestand
nounDie Tiere müssen sich in einem hervorragenden Gesundheitszustand befinden.
De gezondheidstoestand van de dieren moet uitstekend zijn.
-
gemoedsbeweging
De interne staat van het zijn van een persoon, normaal gebaseerd of gebonden met de innerlijke (fysieke) en de uitwendige (sociale)zintuiglijke gevoelens.
-
Minder frequente vertalingen
- advies
- bevinding
- oordeel
- situatie
- toestand
- welbevinden
- ontroering
- emotie
Zinnen vergelijkbaar met "befinden" met vertalingen in Nederlands
-
bevinden · gaan · gesteld zijn · het maken · karren · lopen · rijden · van stapel lopen · varen · verkeren · verlopen · voorkomen · zich begeven · zich bevinden · zich ophouden · zich voelen
-
zich vergissen
-
gewogen en te licht bevonden
-
in gevaar verkeren
-
hij is schuldig bevonden aan diefstal
-
in opleiding zijn
-
in goed gezelschap zijn