Vertaling van "bauen" naar Nederlands
bouwen, aanleggen, construeren zijn de beste vertalingen van "bauen" in Nederlands.
hochziehen (umgangssprachlich) [..]
-
bouwen
noun verb neutereen constructie oprichten door het samenvoegen van onderdelen
Er weiß nicht, wer diese Häuser da gebaut hat.
Hij weet niet wie deze huizen heeft gebouwd.
-
aanleggen
verbDie meisten wurden jedoch nach dem fünfzehnten Jahrhundert gebaut.
De meeste zijn echter sinds de vijftiende eeuw aangelegd.
-
construeren
verbSie müssen so gebaut sein, dass sie auch bei ihrer tiefsten Betriebstemperatur einwandfrei arbeiten.
Zij moeten zo geconstrueerd zijn dat zij, zelfs bij hun laagste bedrijfstemperatuur, zonder enige storing functioneren.
-
Minder frequente vertalingen
- maken
- aanmaken
- installeren
- uitvoeren
- doen
- bedrijven
- fitten
- uitrichten
- uitbrengen
- leggen
- afleggen
- opbouwen
- regelen
- zetten
- plaatsen
- stoppen
- stellen
- steken
- zitten
- poseren
- stationeren
- situeren
- constructie
- cultiveren
- verbouwen
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "bauen" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
insbes. Tempel und Schreine
-
bouw
noun masculineDer Bau der großen Mauer begann im fünften Jahrhundert vor unserer Zeitrechnung.
De bouw van de Grote Muur begon in de vijfde eeuw voor Christus.
-
bouwen
noun neuterDe activiteit van construeren.
Der Bau der großen Mauer begann im fünften Jahrhundert vor unserer Zeitrechnung.
De bouw van de Grote Muur begon in de vijfde eeuw voor Christus.
-
aanleg
nounDe activiteit van construeren.
Die Unterstützung wird nicht für den Bau neuer Häfen, neuer Anlandestellen oder neuer Fischauktionshallen gewährt.
Er mag geen steun worden verleend voor de aanleg van nieuwe havens, nieuwe aanlandingsplaatsen of nieuwe afslagen.
-
Minder frequente vertalingen
- aanbouw
- constructie
- opbouwen
Afbeeldingen met "bauen"
Zinnen vergelijkbaar met "bauen" met vertalingen in Nederlands
-
aanbouw · aanleg
-
aanbouw · aanleg · arrest · bajes · bak · bouw · bouwen · bouwsel · bouwwerk · burcht · cachot · constructie · gebouw · gevang · gevangenis · herenhuis · hol · huis · kerker · lichaamsbouw · lik · mijngang · nor · opbouw · perceel · strafinrichting · structuur · weefsel · woning
-
de historische gebouwen van een stad
-
gebouwd
-
Bauen
-
duurzaam bouwen
-
luchtkastelen bouwen
-
luchtkastelen bouwen · op zand bouwen