Vertaling van "ablehnen" naar Nederlands

afwijzen, weigeren, verwerpen zijn de beste vertalingen van "ablehnen" in Nederlands.

ablehnen verb grammatica

Anstoß nehmen (an) (umgangssprachlich) [..]

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • afwijzen

    verb

    Warum hast du sein Angebot abgelehnt?

    Waarom heb je zijn offerte afgewezen?

  • weigeren

    verb

    Man hat mir ein Angebot gemacht, das ich nicht ablehnen konnte.

    Men heeft mij een aanbod gedaan dat ik niet kon weigeren.

  • verwerpen

    verb

    afwijzen

    Noch haben wir dazu eine Chance, indem wir die Richtlinie ablehnen.

    Dat kunnen we nog steeds doen, door de richtlijn te verwerpen.

  • Minder frequente vertalingen

    • afkeuren
    • wraken
    • het oneens zijn
    • vertikken
    • terugwijzen
    • afslaan
    • ontkennen
    • terugsturen
    • terugbezorgen
    • heruitzenden
    • retourneren
    • verdringen
    • nee zeggen tegen
    • veroordelen
    • weren
    • afstoten
    • weerleggen
    • spugen
    • afwijzend beschikken
    • afwijzend staan tegenover
    • afwimpelen
    • bedanken voor
    • versmaden
    • weggooien
    • ontzenuwen
    • overgeven
    • verdrijven
    • ciseleren
    • verduwen
    • wegstoten
    • kotsen
    • wegdringen
    • wegduwen
    • vergooien
    • uitdrijven
    • wegdrijven
    • wegwerpen
    • wegjagen
    • verjagen
    • braken
    • terugdringen
    • het verdommen
    • ontzeggen
    • vomeren
    • een hekel hebben aan
    • invalide verklaren
    • van de hand wijzen
    • bedanken
    • tegenhouden
    • het land hebben aan
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "ablehnen" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Ablehnen Noun grammatica
+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • optie Weigeren

Zinnen vergelijkbaar met "ablehnen" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "ablehnen" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen