Vertaling van "abbrechen" naar Nederlands

afbreken, breken, verbreken zijn de beste vertalingen van "abbrechen" in Nederlands.

abbrechen verb grammatica

zurückrudern (fig.) (umgangssprachlich) [..]

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • afbreken

    verb

    met de grond gelijk maken

    Sollte dennoch etwas schief gehen, werden wir sofort abbrechen.

    Maar als er iets misgaat, zullen we alles meteen afbreken.

  • breken

    verb neuter

    Sie hat sich einen Nagel abgebrochen.

    Zij brak een nagel.

  • verbreken

    verb

    Du kannst aber den Umgang mit ihm abbrechen.

    Maar u kunt uw omgang met deze persoon verbreken.

  • Minder frequente vertalingen

    • doorbreken
    • schenden
    • stukbreken
    • losbreken
    • staken
    • afvoeren
    • stoppen
    • annuleren
    • beëindigen
    • kappen
    • naar beneden gaan
    • onderbreken
    • opbreken
    • slopen
    • aborteren
    • doen mislukken
    • lossnijden
    • intrappen
    • verbrijzelen
    • vermorzelen
    • verpletteren
    • termineren
    • abnormaal beëindigen
    • gestopt
    • voortijdig afbreken
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "abbrechen" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

Abbrechen Noun grammatica
+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • Annuleren

    Sie haben ihren Ausflug wegen Regens abgebrochen.

    Ze hebben hun trip wegens de regen geannuleerd.

Zinnen vergelijkbaar met "abbrechen" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "abbrechen" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen