Vertaling van "Wirt" naar Nederlands

waard, herbergier, gastheer zijn de beste vertalingen van "Wirt" in Nederlands.

Wirt noun proper masculine grammatica

Kneipier (umgangssprachlich) [..]

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • waard

    noun masculine

    de baas van een herberg of van een taveerne

    „Jetzt hast du genug“, sagte der Wirt und füllte mein Glas zum letzten Mal.

    "De maat is vol!" zei de waard boos terwijl hij mijn glas nog een laatste keer vol schonk.

  • herbergier

    noun

    Er wollte sich stärken und fragte den Wirt, was er ihm anbieten könne.

    Hij wenste een maaltijd te nuttigen en vroeg aan de herbergier wat hij hem kon aanbieden.

  • gastheer

    noun masculine

    biologie

    Ist er nicht zu jung, um ein Wirt zu werden?

    Is hij niet te jong om gastheer te zijn?

  • Minder frequente vertalingen

    • logementhouder
    • baas
    • caféhouder
    • hospes
    • kastelein
    • meester
    • restauranthouder
    • waardin
    • patroon
    • heer
    • kroegbaas
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "Wirt" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "Wirt" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "Wirt" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen