Vertaling van "Treffen" naar Nederlands

afspraak, slag, klap zijn de beste vertalingen van "Treffen" in Nederlands.

Treffen noun Noun neuter grammatica

bescheiden

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • afspraak

    noun feminine

    Ich werde mich morgen mit einem Freund treffen.

    Ik heb morgen een afspraak met een vriend.

  • slag

    noun masculine

    Wenn ich eine informierte Entscheidung treffen will, muss ich mich ranhalten.

    Als ik een gefundeerd besluit wil nemen, moet ik maar's aan de slag.

  • klap

    noun masculine

    Und du wurdest von einem sehr großen Klempnerschlüssel getroffen.

    En je hebt een klap op je hoofd gehad, met een grote moersleutel.

  • Minder frequente vertalingen

    • stoot
    • houw
    • tik
    • schop
    • ontmoeting
    • rendez-vous
    • treffen
    • bijeenkomst
    • vergadering
    • afspraakje
    • reünie
    • confrontatie
    • gevecht
    • meeting
    • raken
    • samenkomst
    • wedstrijd
    • slaan
    • klop
    • samenloop
    • match
    • mep
    • klets
    • flap
    • veeg
    • ontmoeten
    • afspreken
    • conferentie
    • congres
    • seminar
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "Treffen" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

treffen verb grammatica

zusammenstauchen (umgangssprachlich) [..]

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • raken

    verb

    een klap, schot of stoot toebrengen

    Wenn der Ball Dich irgendwo trifft außer am Kopf oder den Händen, bist Du draußen.

    Als de bal je ergens anders dan op je hoofd of je handen raakt, ben je af.

  • treffen

    verb neuter

    raak schieten [..]

    Ich hätte dich am Flughafen treffen können.

    Ik had je op het vliegveld kunnen treffen.

  • ontmoeten

    verb

    Zufällig mit jemandem von Angesicht zu Angesicht kommen. [..]

    Ich vergaß, dass ich sie letzten Monat getroffen habe.

    Ik was vergeten dat ik haar vorige maand had ontmoet.

  • Minder frequente vertalingen

    • halen
    • inslaan
    • teisteren
    • slaan
    • tegenkomen
    • kloppen
    • aankomen
    • vangen
    • bereiken
    • aantreffen
    • klappen
    • meppen
    • opvallen
    • inhalen
    • houwen
    • behalen
    • reiken tot
    • terecht komen
    • afspreken
    • scoren
    • pakken
    • daten
    • doen
    • elkaar ontmoeten
    • maken
    • neerkomen
    • nemen
    • raak zijn
    • stuiten
    • tasten
    • tot stand brengen
    • zien
    • slagen
    • botsen
    • merken
    • grijpen
    • afhalen
    • aangrijpen
    • vatten
    • confisqueren
    • waarnemen
    • bemerken
    • vernemen
    • beetkrijgen
    • konfiskeren
    • beetnemen
    • vastgrijpen
    • vastpakken
    • klaarspelen
    • doorkomen
    • bemachtigen
    • gewaar worden
    • in beslag nemen
    • slagen voor
    • verbeurd verklaren
    • sluiten
    • samenkomen

Zinnen vergelijkbaar met "Treffen" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "Treffen" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen