Vertaling van "Sein" naar Nederlands

bestaan, voorkomen, wezen zijn de beste vertalingen van "Sein" in Nederlands.

Sein noun neuter grammatica
+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • bestaan

    noun neuter

    Iets dat bestaat.

    Meine Arbeit besteht in der Fürsorge für Kinder.

    Mijn werk bestaat uit oppassen op de kinderen.

  • voorkomen

    noun neuter

    Aber ich werde mein Bestes versuchen, es nicht zu tun.

    Maar ik zal m'n best doen om dat te voorkomen.

  • wezen

    noun verb neuter

    Sei gut zu denen, die dich hassen.

    Als de mensen u haten, wees dan goed voor hen.

  • zijn

    verb neuter

    ein Konzept von gegebenen und empfundenen Eindrücke der Realität und der Existenz

    Ihr müsst ganz still sein und auf Zehenspitzen gehen. Das Baby schläft.

    Jullie moeten heel stil zijn en op jullie tenen lopen. Het baby'tje slaapt.

  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "Sein" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

sein verb grammatica

geben (umgangssprachlich) [..]

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • zijn

    adjective pronoun verb masculine

    [Verbindt een zelfstandig naamwoord met een bijvoeglijk naamwoord om een typerende eigenschap aan te duiden.] [..]

    Sie schlafen in getrennten Schlafzimmern, obwohl sie verheiratet sind.

    Ze slapen in aparte kamers, hoewel ze getrouwd zijn.

  • wezen

    verb neuter

    Fürchte nicht das Unerwartete, aber sei darauf vorbereitet.

    Vrees niet het onverwachte, maar wees erop voorbereid.

  • haar

    adjective neuter

    Behorende tot het.

    Ich werde mein Leben leben, mit ihr oder ohne sie.

    Ik zal mijn leven leven, met of zonder haar.

  • Minder frequente vertalingen

    • staan
    • bestaan
    • verkeren
    • hebben
    • liggen
    • hun
    • iemands
    • z’n
    • d’r
    • heur
    • ’r
    • afkomstig zijn
    • plaatsvinden
    • stammen
    • thuishoren
    • vallen
    • zich voelen
    • zijn van
    • zitten
    • hunne
    • zich bevinden
    • worden
    • ervan
    • zijne
    • hare
    • waard zijn
    • bevinden
    • gebeuren
    • bakken
    • existeren
    • de zijne

Afbeeldingen met "Sein"

Zinnen vergelijkbaar met "Sein" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "Sein" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen