Vertaling van "Schiff" naar Nederlands

schip, vaartuig, boot zijn de beste vertalingen van "Schiff" in Nederlands.

Schiff noun neuter grammatica

Schaluppe (umgangssprachlich)

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • schip

    noun neuter

    transportmiddel [..]

    In einem Schiff zu sein bedeutet, in einem Gefängnis zu sitzen, das droht unterzugehen.

    In een schip zitten is in de gevangenis zitten, met de kans op verdrinken.

  • vaartuig

    noun neuter

    Die Anlandungen erfolgen einzeln oder gemeinsam, wobei das betreffende Schiff anzugeben ist.

    De vangsten mogen individueel of collectief worden aangevoerd, met opgave van de naam van de betrokken vaartuigen.

  • boot

    noun masculine

    Ein kleines Schiff legte in eurer Nähe ab.

    Er vertrok net een bootje. Misschien is hij aan boord.

  • Minder frequente vertalingen

    • beuk
    • zeeschip
    • ruim
    • schuit
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "Schiff" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Afbeeldingen met "Schiff"

Zinnen vergelijkbaar met "Schiff" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "Schiff" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen