Vertaling van "Heil" naar Nederlands

heil, redding, behoud zijn de beste vertalingen van "Heil" in Nederlands.

Heil noun neuter grammatica
+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • heil

    noun

    voordeel

    Heil dir Caesar, die Todgeweihten grüßen dich!

    Heil Caesar. Zij die gaan sterven groeten u!

  • redding

    noun

    Wir können unser Heil nicht wegen einiger Unentschlossener verspielen.

    We mogen ons niet van onze redding afwenden wegens besluiteloosheid.

  • behoud

    noun

    Sie replizieren sich über lange Zeit und können einen Körper heilen oder am Leben halten.

    Ze kopiëren zichzelf voor een lange tijd en kunnen gebruikt worden om jouw volledig lichaam te genezen of te behouden.

  • Minder frequente vertalingen

    • berging
    • geluk
    • nut
    • voorspoed
    • welzijn
    • zaligheid
    • verlossing
    • uitkomst
    • uitredding
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "Heil" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

heil adjective grammatica

läuft (noch) (umgangssprachlich)

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • fit

    adjective
  • gezond

    adjective

    Sie wurde nicht geheilt, aber ihr Zustand verbesserte sich deutlich.

    Annie werd niet van de kanker genezen, maar ze werd steeds gezonder.

  • valide

    adjective
  • Minder frequente vertalingen

    • geheel
    • genezen
    • heel
    • ideaal
    • intact
    • onbeschadigd
    • ongedeerd
    • ongeschonden
    • perfect
    • volmaakt
    • weer gezond

Zinnen vergelijkbaar met "Heil" met vertalingen in Nederlands

  • Jennifer Heil
  • curatief · geneeskrachtig · genezing · heilzaam · medicinaal · therapeutisch
  • Betonie
  • De tijd heelt alle wonden · de tijd heelt alle wonden
  • behandelen · behartigen · beter maken · beter worden · beteren · binnenkrijgen · cureren · geneeskrachtig · genezen · gezond maken · helen · herkrijgen · herstellen · herwinnen · incasseren · innen · repareren · verplegen · verzorgen · zorgen voor
  • Gebedsgenezing
  • betonie
  • veilig en wel
Toevoegen

Vertalingen van "Heil" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen