Vertaling van "Gehen" naar Nederlands
gang, snelwandelen, lopen zijn de beste vertalingen van "Gehen" in Nederlands.
als sportliche Disziplin
-
gang
noun masculineWir müssen so schnell wie möglich an die Arbeit gehen.
We moeten het zo snel mogelijk op gang krijgen.
-
snelwandelen
nounEs hat sich rausgestellt, dass man beim schnellen Gehen mehr Kalorien verbrennt als beim Laufen.
Ze zeggen dat snelwandelen beter is dan joggen.
-
lopen
verb nounFortbewegungsart
Gehen wir zu Fuß oder fahren wir mit dem Auto?
Zullen we lopend of met de auto gaan?
-
Minder frequente vertalingen
- gaan
- loop
- wandelen
- Snelwandelen
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "Gehen" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
laufen (umgangssprachlich) [..]
-
lopen
verbstappen, gaan [..]
Tom und sein Onkel sind schweigend zusammen spazieren gegangen.
Tom en zijn oom liepen samen in stilte.
-
gaan
verbzich in een bepaalde richting bewegen [..]
Du kannst doch nicht ernsthaft erwarten, dass ich jetzt nach Hause gehe.
Je kunt toch echt niet van mij verwachten dat ik nu naar huis ga.
-
wandelen
verbIch kann nicht mithalten mit dir, wenn du so schnell gehst.
Ik kan je niet volgen als je zo snel wandelt.
-
Minder frequente vertalingen
- verlopen
- van stapel lopen
- stappen
- marcheren
- zich begeven
- rijden
- varen
- karren
- tippelen
- vertrekken
- weggaan
- belopen
- draaien
- gelden
- komen
- opstappen
- overgaan
- overlopen
- reiken
- schikken
- slaan
- snelwandelen
- stellen
- uitgaan
- uitkomen
- uitzien
- vallen
- vrijen
- springen
- rijzen
- gesteld zijn
- het maken
- bewegen
- ontploffen
- naar beneden gaan
- te werk gaan
- worden
- werken
- mislopen
- functioneren
- spankeren
- slenteren
- aan boord gaan
- het doen
- zich vertreden
- zich verwijderen
Afbeeldingen met "Gehen"
Zinnen vergelijkbaar met "Gehen" met vertalingen in Nederlands
-
een voortdurend komen en gaan
-
gaan jagen
-
rechtuit lopen
-
met pensioen gaan
-
exploderen · losbarsten · ontploffen · springen · uitbarsten
-
omdraaien
-
zich verdrinken