Vertaling van "Einstellen" naar Nederlands

afstemmen, instellen, tewerkstellen zijn de beste vertalingen van "Einstellen" in Nederlands.

Einstellen

einer Publikation

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • afstemmen

    noun

    Wir müssen uns wirtschaftlich und politisch auf diese neue Sachlage einstellen.

    Onze economie en ons beleid moeten op dit nieuwe gegeven worden afgestemd.

  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "Einstellen" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

einstellen verb grammatica

um die Ecke kommen (umgangssprachlich) [..]

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • instellen

    verb

    het op juiste wijze afregelen van een toestel

    Wir hatten uns eingestellt auf eine konsequente, harte Verhandlung.

    Wij hadden ons ingesteld op consequente, harde onderhandelingen, maar helaas zijn we onze partners onderweg kwijtgeraakt.

  • tewerkstellen

    verb

    –Einstellungsbonus für Arbeitgeber: Ab dem 1. Januar 2015 können Unternehmen im Raum Genk, die eine betroffene Arbeitskraft einstellen, einen Einstellungsbonus erhalten.

    –Aanwervingsbonus voor werkgevers: vanaf 1 januari 2015 kunnen bedrijven op Genks grondgebied die een beoogde begunstigde tewerkstellen een aanwervingsbonus ontvangen.

  • aanwerven

    Iemand werk geven of een baan.

    Sie hat ihn eingestellt.

    Ze heeft hem aangeworven.

  • Minder frequente vertalingen

    • beëindigen
    • staken
    • stoppen
    • aanpassen
    • ophouden
    • afsluiten
    • afschaffen
    • afmaken
    • schorten
    • opheffen
    • besluiten
    • voleindigen
    • aflaten
    • uitmaken
    • stopzetten
    • seponeren
    • aanstellen
    • bijstellen
    • stemmen
    • afbreken
    • wijken
    • uitscheiden
    • stelpen
    • aanbrengen
    • evenaren
    • komen
    • opbreken
    • optreden
    • plaatsen
    • stallen
    • verschijnen
    • zetten in
    • zich instellen
    • zich voordoen
    • in dienst nemen
    • aannemen
    • annuleren
    • huren
    • afstellen
    • regelen
    • schikken
    • aanhouden
    • leiden
    • inrichten
    • afgelasten
    • ruimen
    • terugnemen
    • vereffenen
    • geleiden
    • ontbinden
    • reguleren
    • arresteren
    • inrekenen
    • rondleiden
    • terechtbrengen
    • reglementeren
    • opruimen
    • bijsturen
    • rijmen
    • tenietdoen
    • de weg wijzen
    • in overeenstemming brengen
    • in verzekerde bewaring nemen
    • tot overeenstemming brengen
    • afstemmen

Zinnen vergelijkbaar met "Einstellen" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "Einstellen" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen