Vertaling van "Benehmen" naar Nederlands
gedrag, houding, wandel zijn de beste vertalingen van "Benehmen" in Nederlands.
Tun und Lassen (umgangssprachlich) [..]
-
gedrag
noun neuterde manier waarop iemand optreedt of iets ergens op reageert [..]
Sie schämte sich für das Benehmen ihres Kindes.
Ze schaamde zich voor het gedrag van haar kind.
-
houding
noun feminineNun wurden jedoch die Abgeordneten durch das Benehmen dieser Gäste angegriffen.
Welnu, wij hebben kunnen zien hoe sommige afgevaardigden het slachtoffer waren van een agressieve houding.
-
wandel
verbIst er ein Räuber, benimmt er sich schlecht, oder führt er ein lasterhaftes Leben?“
Is hij een rover, of is hij slecht en verdorven in zijn handel en wandel?’
-
Minder frequente vertalingen
- gedragingen
- bereidingswijze
- overleg
- procédé
- werkwijze
- gedragswijze
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "Benehmen" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
In einer einer Art handeln; sich (irgendwie) verhalten.
-
zich gedragen
verbToms Benehmen auf der Feier war unverzeihlich.
De manier waarop Tom zich gedroeg op het feest was onaanvaardbaar.
-
gedragen
adjective verb particleOp een (bepaalde of onbepaalde) wijze handelen, in een sociale context.
Sie benahm sich nicht wie ein normales Mädchen.
Ze gedroeg zich niet als een normaal meisje.
-
optreden
nounDie Sitzungen des Unterausschusses werden von den beiden Ständigen Sekretären gemeinsam im Benehmen mit den Sekretären des Kooperationsausschusses einberufen.
De bijeenkomsten van het subcomité worden gezamenlijk bijeengeroepen door de twee permanente secretarissen, die optreden in overleg met de secretarissen van het samenwerkingscomité.
-
Minder frequente vertalingen
- wegnemen
- Gedragswijze
- ontnemen
Zinnen vergelijkbaar met "Benehmen" met vertalingen in Nederlands
-
wangedrag
-
gedragen · zich gedragen
-
dat kinderachtige gedoe
-
formeel gedrag
-
zich fatsoenlijk gedragen
-
bedwelmen · bevreemden · onthutsen · ontstellen · verbazen · verbijsteren · verbluffen · verdwazen · verwarren · verwonderen
-
aandoen · aangrijpen · bewegen · fingeren · ontroeren · zich aanstellen
-
doe normaal!