Vertaling van "Beginnen" naar Nederlands

begin, aanvang, onderneming zijn de beste vertalingen van "Beginnen" in Nederlands.

Beginnen Noun grammatica
+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • begin

    noun neuter

    Das Leben beginnt, wenn man entscheidet, was man von ihm erwartet.

    Het leven begint, wanneer je beslist wat je ervan verwacht.

  • aanvang

    noun masculine

    Vor Beginn der Exposition ist zu überprüfen, ob die Chemikalienbeschickung einwandfrei funktioniert.

    Voor aanvang van de blootstellingsperiode moet de juiste werking van het afgiftesysteem van de teststof zijn gewaarborgd.

  • onderneming

    noun

    Der Begünstigte der Maßnahme ist seit Beginn der Regelung derselbe.

    De begunstigde van de maatregel is sinds het begin van de steunregeling altijd dezelfde onderneming geweest.

  • Minder frequente vertalingen

    • het doen aanvangen
    • het doen beginnen
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "Beginnen" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

beginnen verb grammatica

an etwas gehen (umgangssprachlich) [..]

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • beginnen

    verb

    aanvangen [..]

    Das Leben beginnt, wenn man entscheidet, was man von ihm erwartet.

    Het leven begint, wanneer je beslist wat je ervan verwacht.

  • aanvangen

    verb

    beginnen, starten [..]

    Ehe man eine Arbeit beginnt, ist es vernünftig, die Kosten zu berechnen.

    Hoe wijs is het om vóór het aanvangen van een klus de kosten te berekenen!

  • starten

    verb

    Een activiteit starten. [..]

    Kriege beginnen nicht einfach so wie der Winter, sondern Menschen beginnen Kriege.

    Oorlogen starten niet zoals de winter start, maar het zijn de mensen die een oorlog starten.

  • Minder frequente vertalingen

    • aanbreken
    • ingaan
    • aanbinden
    • van start gaan
    • initiëren
    • de eerste stap zetten
    • de spits afbijten
    • een aanvang nemen
    • ondernemen
    • verschijnen
    • aanpakken
    • aanzetten
    • enteren
    • aangaan
    • aanknopen
    • aannemen
    • entameren
    • ontvangen
    • slaan
    • aanlanden
    • toetreden
    • activeren
    • aanspreken
    • aansnijden
    • toespreken
    • aanklampen
    • vasthaken
    • oprijzen
    • aanhaken
    • aankaarten
    • landen
    • aan komen lopen
    • aan land gaan
    • aan wal komen
    • aanzetten tot
    • beginnen met
    • doen beginnen
    • stoten op
    • zich stoten aan

Zinnen vergelijkbaar met "Beginnen" met vertalingen in Nederlands

Toevoegen

Vertalingen van "Beginnen" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen