Vertaling van "Anreiz" naar Nederlands

trekpleister, attractie, prikkel zijn de beste vertalingen van "Anreiz" in Nederlands.

Anreiz noun masculine grammatica

Inzentiv (fachsprachlich)

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • trekpleister

    noun masculine

    Meine Damen und Herren! Wir brauchen politischen Mut und Energie, um den größten Anreiz für die illegale Einwanderung zu bewältigen: die illegale Beschäftigung.

    Dames en heren, we hebben behoefte aan politieke moed en de wil om de grootste trekpleister voor illegale immigratie aan te pakken: illegale arbeid.

  • attractie

    noun feminine
  • prikkel

    noun

    Sie haben also keinerlei Anreiz, sparsam damit umzugehen.

    Dus zij worden niet geprikkeld om te besparen.

  • Minder frequente vertalingen

    • aansporing
    • prikkeling
    • stimulatie
    • stimulans
    • incentive
    • aanzet
    • drijfveer
    • stimulering
    • Incentive
    • aantrekkelijkheid
    • beloning
    • lokaas
    • charmes
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "Anreiz" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

anreiz
+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • aanzet

    verb

    Dies würde gewährleisten, dass alle Wassernutzer durch entsprechende Anreize zum effizienten Wasserverbrauch angeregt werden.

    Op die manier zullen alle verbruikers ertoe worden aangezet de watervoorraad efficiënt te gebruiken.

Zinnen vergelijkbaar met "Anreiz" met vertalingen in Nederlands

  • financiële aansporing · financiële impuls · financiële injectie · financiële prikkel · financiële stimulans
  • milieustimuleringsmaatregel
  • financiële aansporing · financiële impuls · financiële injectie · financiële prikkel · financiële stimulans · stimuleringsfonds
  • economische stimuleringsmaatregel
  • aandrijven · aanmoedigen · aanporren · aansporen · aanstoken · aanvuren · agaceren · ergeren · irriteren · op stang jagen · ophitsen · plagen · prikkelen · sarren · stimuleren · verontwaardigen · zwepen
Toevoegen

Vertalingen van "Anreiz" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen