Vertaling van "Abriss" naar Nederlands

sloop, afbraak, compendium zijn de beste vertalingen van "Abriss" in Nederlands.

Abriss noun masculine grammatica

Exzerpt (gehoben) [..]

+ Toevoegen

Duits - Nederlands woordenboek

  • sloop

    noun

    komplettes oder teilweises Zerstören und Entsorgen von Bauwerken [..]

    Weit über dreitausend Leute unterschrieben, um den Abriss dieses historischen Gebäudes zu verhindern.

    Ruim drieduizend mensen hebben hun handtekening gezet om de sloop van dit historische pand tegen te houden.

  • afbraak

    noun

    Derzeit wird der Abriß von Gewächshäusern von der Gemeinschaft nicht unterstützt.

    Op het ogenblik wordt de afbraak van kassen niet door de Gemeenschap gesubsidieerd.

  • compendium

    noun
  • Minder frequente vertalingen

    • excerpt
    • samenvatting
    • synopsis
    • uittreksel
    • schets
    • afbraak van gebouwen
    • extract
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "Abriss" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Vertalingen met alternatieve spelling

abriss verb
+ Toevoegen

"abriss" in Duits - Nederlands woordenboek

Momenteel hebben we geen vertalingen voor abriss in het woordenboek, misschien kun je er een toevoegen? Controleer automatische vertaling, vertaalgeheugen of indirecte vertalingen.

Afbeeldingen met "Abriss"

Zinnen vergelijkbaar met "Abriss" met vertalingen in Nederlands

  • blauwdruk · concept · kaart · landkaart · ontwerp · opzet · plan · plattegrond · project · uittreksel
  • abrupt · afgebroken · afgedragen · afgerukt · bot · bruusk · kortaf · onsamenhangend · plots · plotseling · steil · versleten
  • een huis slopen
  • het contact is verbroken
  • afscheuren · sloop
  • afbreken · afplukken · afrukken · afscheuren · aftrekken · losrukken · neerhalen · oprapen · plukken · ruïneren · scheuren · slechten · slopen · tokkelen · uittrekken · vernielen · vernietigen · verwoesten · wegscheuren
  • afbreken · afplukken · afrukken · afscheuren · aftrekken · losrukken · neerhalen · oprapen · plukken · ruïneren · scheuren · slechten · slopen · tokkelen · uittrekken · vernielen · vernietigen · verwoesten · wegscheuren
Toevoegen

Vertalingen van "Abriss" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen