Vertaling van "Kaste" naar Nederlands
kaste, werpen, gooien zijn de beste vertalingen van "Kaste" in Nederlands.
-
kaste
nounDe lokale myndigheder er alt for villige til at fortolke lovgivningen til fordel for en højere kaste.
De lokale overheid interpreteert de wet al snel in het voordeel van een hogere kaste.
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "Kaste" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Vertalingen met alternatieve spelling
-
werpen
verbDe, som bor i glashuse, burde ikke kaste med sten.
Wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen werpen.
-
gooien
verbDet er, hvad der sker, når man kaster granater på en befærdet gade i Gaza.
Dat krijg je als je bommen gooit op een drukke straat in Gaza.
-
kaste
noun masculineEen sociale klasse voornamelijk in India. [..]
De lokale myndigheder er alt for villige til at fortolke lovgivningen til fordel for en højere kaste.
De lokale overheid interpreteert de wet al snel in het voordeel van een hogere kaste.
-
Minder frequente vertalingen
- keilen
- uitspelen
- smijten
- spugen
- spuwen
- plannen
- beramen
- ontwerpen
- weggooien
- plannen smeden
- aanhouden
- kastenstelsel
- plaatsen
- arresteren
- gevangenzetten
- kastestelsel
Afbeeldingen met "Kaste"
Zinnen vergelijkbaar met "Kaste" met vertalingen in Nederlands
-
afkeuren · afslaan · afwijzen · braken · heruitzenden · kotsen · nee zeggen tegen · ontzenuwen · overgeven · retourneren · spugen · spuwen · terugbezorgen · terugdringen · terugsturen · terugwijzen · uitbraken · verdringen · vergooien · vertikken · verwerpen · vomeren · walgen · weerleggen · weggooien · wegwerpen · weigeren · weren · wraken
-
de handdoek in de ring werpen
-
zuiver
-
parels voor de zwijnen
-
aanhouden · afdanken · afmonsteren · bedenken · doorsturen · doorzenden · heruitzenden · nadenken · ontslaan · ontzetten · overdenken · refereren · reflecteren · retourneren · royeren · spiegelen · terugbezorgen · teruggooien · terugkaatsen · terugsturen · terugwerpen · terugwijzen · uitdrijven · uitstellen · verdagen · verdrijven · verjagen · verschuiven · verwijzen · weerkaatsen · weerspiegelen · wegdrijven · wegjagen · wikken · zinnen · zinnen op