Vertaling van "imposar" naar Nederlands
verplichten, dwingen, forceren zijn de beste vertalingen van "imposar" in Nederlands.
imposar
verb
grammatica
-
verplichten
verbSemmelweis va imposar mesures higièniques a les clíniques que ell supervisava (pintura de Robert Thom)
Semmelweis verplichtte werknemers in medische instellingen die onder zijn toezicht stonden tot het nemen van hygiënische maatregelen (Schilderij van Robert Thom)
-
dwingen
verb -
forceren
-
Minder frequente vertalingen
- noodzaken
- opdringen
- opleggen
- aanbrengen
- aandoen
- aanslaan
- aantrekken
- belasten
- belasting heffen op
- opbrengen
- veraccijnzen
- zich opdringen
-
Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen
Automatische vertalingen van "imposar" in Nederlands
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Voorbeeld toevoegen
Toevoegen