Vertaling van "uithou" naar Nederlands

uithouden, verdragen, harden zijn de beste vertalingen van "uithou" in Nederlands.

uithou
+ Toevoegen

Afrikaans - Nederlands woordenboek

  • uithouden

    verb

    As iemand, weens sy gewete teenoor God, uithou onder bedroewende dinge en onregverdig ly, is dit iets welgevalligs.—1 Pet.

    Indien iemand het, om het geweten tegenover God, uithoudt onder bedroevende dingen en onrechtvaardig lijdt, is dit iets wat aangenaam is. — 1 Petr.

  • verdragen

    verb

    Die blanke broers het egter niks van die gedagte gehou dat hulle apart moes eet nie.

    Maar de blanke broeders konden de gedachte niet verdragen dat ze apart moesten eten.

  • harden

    verb noun

    As enige van sy toehoorders in die gewoonte was om ander kras te oordeel, moes hulle ophou om dit te doen.

    Elk van zijn luisteraars die de gewoonte had een hard oordeel over anderen te vellen, moest daarmee ophouden.

  • Minder frequente vertalingen

    • uitstaan
    • dulden
    • doorstaan
    • ondersteunen
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "uithou" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "uithou" met vertalingen in Nederlands

  • aangetrokken voelen tot · achten · achting hebben voor · achting toedragen · begroten · beminnen · graag hebben · graag lusten · graag zien · hechten aan · hoogachten · houden van · leuk vinden · liefhebben · lusten · mogen · schatten · taxeren · waarderen
  • overhouden
  • aanhouden · beuren · fokken · heffen · opfokken · ophalen · oprichten · tillen · verheffen
  • inhouden
  • aflaten · aflopen · afmaken · afsluiten · besluiten · beëindigen · eindigen · ophouden · stoppen · uitgaan · uitlopen · uitmaken · uitraken · uitscheiden · verlopen · voleindigen · wijken
  • hou
    bijhouden · houden · vasthouden
  • behouden · bergen · bewaren · bijhouden · conserveren · doorgaan · dragen · houden · onderhouden · ondersteunen · overhouden · redden · ruggesteunen · schoren · schragen · steunen · vasthouden · verder gaan met · vervolgen · voortgaan · voortzetten
  • acht slaan op · aflezen · besturen · checken · controleren · de scepter zwaaien · heersen · koning zijn · letten op · nakijken · opletten · oppassen · passen op · regeren · surveilleren · toezicht houden · toezien
Toevoegen

Vertalingen van "uithou" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen