Vertaling van "besoek" naar Nederlands

bezoek, bezoeken, opzoeken zijn de beste vertalingen van "besoek" in Nederlands.

besoek verb noun grammatica
+ Toevoegen

Afrikaans - Nederlands woordenboek

  • bezoek

    noun neuter

    Die laaste keer wat ek China toe was, het ek Shanghai besoek.

    De laatste keer dat ik naar China ging, bezocht ik Shanghai.

  • bezoeken

    verb

    Jare gelede het ek ’n Kêrsfees besoek afgelê aan die huis van ’n ouer weduwee.

    Jaren geleden bracht ik met kerst een bezoekje aan een oudere weduwe.

  • opzoeken

    verb

    Baie jare later, toe Lucy aan die einde van haar lewe gekom het, het ek haar besoek.

    Vele jaren later, toen Lucy’s leven ten einde liep, ben ik haar gaan opzoeken.

  • Minder frequente vertalingen

    • visite
    • afgaan
    • bezoekers
  • Toon algoritmisch gegenereerde vertalingen

Automatische vertalingen van "besoek" in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Zinnen vergelijkbaar met "besoek" met vertalingen in Nederlands

  • verzoek
  • afzoeken · doorzoeken · nastreven · opzoeken · snorren · uitkijken · uitzien · zoeken
  • Zoeken
  • opzoeken
  • uitzoeken
  • aanvraag · aanzoek · aanzoeken · aspiratie · begeerte · heilwens · lust · sollicitatie · verlangen · verzoek · vraag · wens · zegewens · zin · zucht
  • ambiëren · aspireren · dingen naar · hunkeren · najagen · nastreven · reikhalzen · smachten · streven naar · verlangen · zuchten · zuchten naar
  • phrase
Toevoegen

Vertalingen van "besoek" naar Nederlands in context, vertaalgeheugen